Categoriearchief: Geen categorie

Tsjecho-Slowakije

Zaterdag 6 februari. Dresden ligt nu al weer een uur achter mij en ik zit nu in de Hongarije expres. Deze rijdt over Praag naar Boedapest en komt daar vanavond aan om 20.30 uur.
Het was moeilijk zat een plaatsje te vinden want de trein zat boordevol met Oost Duitse vakantiegangers die gaan skiën in het noorden van Tsjecho-Slowakije.
Al een uur rijden we vlak langs de Elbe en was het gisteren nog allemaal vlak nu is het bergachtig, ongeveer net alsof je langs de Rijn rijdt.
Het is ongelofelijk maar sinds we in Tsjechië zijn rijden we in een dikke mist, tenminste dat dacht ik, maar volgens mijn medepassagiers is het geen mist maar luchtvervuiling. Er zijn veel fabrieken die gassen uitstoten, de ligging in het dal langs de Elbe en de vorst die zorgen voor deze smog.
Zo rijden we door Tsjecho-Slowakije langs veel vervallen huizen en fabrieken waarvan je niet kan zien of ze nu bewoond worden of niet.
Net ben ik uit de coupé gezet want het bleek dat alle plaatsen gereserveerd waren. Nu zit ik er in eentje verder en die is helemaal leeg. Er ligt aardig wat sneeuw buiten en af en toe zie je iemand over de vlaktes lopen terwijl er helemaal geen huizen in de buurt zijn. Uren en uren houd je dit vol, zo’n beetje uit het raam kijken en filosoferen over de dingen die je ziet (het is net of ik aan het werk ben).
De trein slingert zich nu over de één of andere bergpas omhoog met een vaartje van ± 50 km/h en bij elke bocht geeft hij een snerpend hoog signaal, het is net een fluitketel. Af en toe komen we langs een dorpje met een ui vormige kerkspits waar vaak een groot klooster of kasteel bijgebouwd is. Op elk station waar we langs komen staat de stationsopzichter met z’n rode pet op in de houding.
De laatste paar uur in de trein zijn een beetje chaotisch geworden. De coupé is volgestroomd met Joegoslaven die asiel gezocht hadden in Zweden maar daar weer weggestuurd zijn. Het zijn een beetje vreemde lui, type glinstertrainingspak en bij de grens met Hongarije wordt alles van ze nagekeken. Eén van hen speelt gitaar en spelend komen we de tijd door.
Om een uur of half 10 komen we in Boedapest. Daar gevraagd of er ook slaapgelegenheid is voor treinpersoneel werd ik doorgestuurd naar

Vliegveld

hij zei: “ich Russ, ich nichts verstehen”, waarop hij verder liep.
De straaljagers bleken hypermodern te zijn (Mig 29) en er was geen mens die ons tegenhield. Na de jagers bekeken te hebben liepen we naar een klein dorpje aan de kant van het veld dat bewoond werd door Russische gezinnen waarvan veel moeders de aardappelen aan het schillen waren en de kinderen buiten speelden.
Ik denk dat je dit op het vliegveld Soesterberg niet hoeft te proberen want dan wordt je gelijk weggeschoten. Hier op het station van Halle ruik je gelijk de karakteristieke kolengeur die praktisch overal in het Oostblok aanwezig is.
Om 18.30 aangekomen in Dresden. De schrik slaat je om het hart als je het station uitkomt. Enorme rechte kale flatgebouwen die ver uit elkaar liggen met grote open vlaktes daartussen. In de 2e wereldoorlog is Dresden totaal platgebombardeerd en alles moest opnieuw opgebouwd worden maar nu volgens de socialistische bouwwijze. Loop je richting het oude centrum dan zie je opeens een enorme berg puin liggen begroeid met bomen. Daartussen steken nog enkele spitsen uit van zo’n 30 meter hoog. Dit alles is overgebleven van de Liebefrauenkirche dat eens een imposant bouwwerk moet zijn geweest. Met de hereniging denkt men nu geld te kunnen krijgen om deze kerk weer te restaureren.
Toen ik aankwam in Dresden vroeg ik de conducteur of er hier overnachtingsmogelijkheden waren voor het treinpersoneel. Dit was er en ik meldde me gelijk bij de opzichter voor een sleutel en een wekker. Hij deed een beetje moeilijk omdat ik niet in het aanmeldingsboek stond. Ik zei hem dat dat wel kon kloppen want bij de spoorwegen werkt iedereen langs elkaar heen (ik heb nog steeds geen vrijvervoer voor Israël). Hij gaf me uiteindelijk toch de sleutel en ik moest een stalen deur door en 99 treden op. Achter de stalen deur was het net of je in de middeleeuwen belandde, allemaal dikke gewelfachtige gangen met dikke muren die af en toe verlicht werden door een peertje. Overal liepen stroomleidingen en afvoerbuizen. Boven in een soort duiventil op het stationsdak vond ik dan een nette kamer met opgemaakt bed.

DDR

Tabak had ik ook voor ze mee willen nemen maar je weet maar nooit in die landen hoe dat opgevat wordt, misschien denken ze dat het hasjiesj is.
In Duisburg overgestapt op de trein naar Dresden. Ik had 3 kwartier de tijd en kon mooi even mijn rugzak proberen. Na 10 minuten lopen kreeg ik flink last van mijn rug en denk erover om maar het vliegtuig te nemen. De rugzak omgebouwd en nu draagt het een stuk makkelijker. De eerste tijd wordt het toch niets anders als uit-proberen hoe te dragen en hoe het beste in te pakken.
Voorlopig rijden we nu door het Ruhrgebied en is het nog mistig maar desalniettemin toch veel te zien wat betreft gebouwen en fabrieken. Tot Hannover kwam er steeds meer sneeuw te liggen.
Ik zat in een moeder/kind afdeling waar lekker veel ruimte was, alleen kwam er inderdaad een moeder met kind zodat binnen de kortste keren mijn broek smerig was.
Vlak voor de grens met de DDR kwam er een man van een jaar of 30 in de coupé. De coupé was helemaal leeg en toch kwam hij speciaal naast me zitten. Op zich is dat niet erg want dan word je misschien nog wat wijzer over het land, het erge was dat hij zo stotterde en dat schoot dus ook niet op. Hij wist wel precies waar de grens van de DDR gelegen had maar voor hij dat verteld had waren we zo’n 10 kilometer verder.
Voor Hannover hadden we een vaartje van 200 km/h en dat is hier in de DDR teruggelopen tot 80 terwijl de elektrische lok is vervangen door een diesellok.
Om 16.00 uur zijn we Halle gepasseerd en dus al een goed eind op weg. Overal in de sloten en stukken bos zie je gedumpte trabantjes liggen.
In Halle was het dat we enige jaren geleden, toen net de muur geopend was, een straaljager vlak over ons heen zagen vliegen. Snel de auto stopgezet en Julia en ik eruit en via een smal weggetje langs tuinhuisjes gelopen stonden we ineens op een vliegveld waarop de straaljagers bezig waren te landen op een baan zo’n 300 meter van ons vandaan. We liepen verder in de richting van enkele straaljagers en kwamen iemand tegen. Ik vroeg hem wat voor vliegveld dit was waarop

Injectie

Nu snel naar de Syrische ambassade gerend en het paspoort afgegeven.
Dinsdag 5 januari. Vanmorgen 3 injecties gehaald, een malariakuur te beginnen op de dag van vertrek en nog een serie tyfuspillen om gelijk in te nemen. Nu krijg ik nog een injectie in februari en dan is het compleet.
Voor vandaag was ik f 350,- gulden kwijt en het gekke is dat wanneer ik een week geleden gekomen was ik alles vergoed had gekregen van het ziekenfonds, maar na 1 januari is dit veranderd en wordt het niet meer vergoed.
Vrijdag 29 januari. De laatste injectie gehad. Een grote ditmaal. Hij werd gegeven in een bil omdat je er daar het minst last van hebt, maar of het nu van die injectie komt of niet, telkens moet ik weer naar de wc.
De vrijvervoerbewijzen druppelen ook binnen. Van Europa en Turkije heb ik alles, van Egypte ook maar van Israël heb ik nog steeds niets gekregen. Bij navraag blijkt dit vervoer wel verzonden te zijn uit Utrecht maar niet aangekomen te Arnhem.
Vrijdag 5 februari. Martina en Judith hebben me naar het station gebracht, (Julia is ziek thuis) en ik zit nu in de trein naar Duisburg waar overgestapt dient te worden naar Dresden.
Judith heeft een dagje vrij gekregen van school en is in haar nopjes. Gisteravond vertelde ze me dat ze tijdens mijn afwezigheid lekker in mijn bed zou gaan liggen en Martina gezelschap zal houden.
De natuur is op het ogenblik erg mooi, het is een beetje nevelig en het heeft gevroren zodat alle bomen een witte ijskorst hebben. Het is erg mooi maar ik hoop wel dat de mist optrekt, anders kon ik net zo goed met het vliegtuig gaan.
Mijn rugzak is behoorlijk zwaar geworden en dit komt onder andere door de noodrantsoenen uit het leger en door de 2 kilo drop die bedoeld zijn voor Lidy, Thieu en hun kinderen in Kenia.

Paspoort

Samen met de benzinekosten zou het dan nog een aardig duur ritje gaan worden. Daar komt nog bij dat op de Golan Hoogvlakte in Syrië men op alles schiet wat Israëlisch is en het blijkt dat Israëlische auto’s ook gele nummerborden hebben dus blijft er nog een andere optie over; met de trein.
Zo gezegd zo gedaan; de auto verkocht voor hetzelfde bedrag, jerrycans teruggegeven en vrij vervoer aangevraagd. Voor Europa is het vrij vervoer geen probleem, anders is dat voor de landen in Azië en Afrika. Voor deze landen moet dit vervoer per land aangevraagd worden en opgegeven van welke plaatsen men het land binnenkomt en weer verlaten wil. Dit wordt een avondje puzzelen met de landkaarten erbij. Je komt dan wel leuke namen tegen zoals Wadi Halfa in noord Soedan in de buurt van het grootste moeras ter wereld.
Gisteren bij de Israëlische ambassade geweest om de mogelijkheden na te gaan om Israël vanuit Syrië binnen te komen, dit was dus niet mogelijk. Na onderling overleg kon dit wel via Jordanië en het blijkt dat je het Jordaanse visum ook aan moet aanvragen in Brussel vlak bij de Syrische ambassade en daarheen ben ik dan nu op weg.
Het is nu een uur of één en ik zit, tot op het bot nat, in een café met een kop koffie voor me. Het regent pijpenstelen en lopend vanaf het station was het zeker een uur voor ik bij de Syriërs was. Daar wilden ze dat ik mijn paspoort achterliet maar dan zit ik in het schip met het Jordaanse visum. Nu heb ik een tussenoplossing; eerst naar de Jordaniërs en dan naar de Syriërs, maar zij zitten ook dwars, ik kan mijn paspoort pas over 5 dagen terug krijgen. Goede raad is duur, maar de Jordaniërs waren van goede wil en zouden proberen het paspoort voor half drie terug te geven en dat is ook de sluitingstijd van de Syriërs, dat wordt dus rennen.
Alles toch nog gelukt, het visum voor Jordanië staat er in met de mededeling erbij dat zodra er ook maar één klein Hebreeuws tekentje in het paspoort gedrukt staat, het visum niet meer geldig is. (De Israëliërs zijn ook niet gek en geven hun visa daarom op een los blaadje als je er om vraagt).

Kink

bellen verscheen de ambassadeur met de mededeling dat ze over 5 dagen maar weer terug moesten komen. Op mijn vraag of de Soedanese ambassade ook gesloten was zei hij dat hij dat niet wist maar hij kon me wel even brengen met de auto (grote Mercedes met cd nummerbord) maar dat hoefde voor mij ook weer niet aangezien ik op de fiets was.
19 juni. Vandaag twee oude jerrycans op de kop getikt van de afdeling wegonderhoud van de NS. Er heeft olie of iets dergelijks ingezeten maar dat is er met een stoomspuit wel weer uit te halen. Voor twee waterreservoirs van 20 liter elk heb ik de personeelskantine ingeschakeld, die wassen af met een afwasmachine waarbij een 20 literkan afwasmiddel staat die langzaam aan leeggepompt wordt. Deze willen ze wel voor mij bewaren en ik moet ze alleen nog schoon maken. Het enige risico wat hieraan zit is tot Kenia water met een afwassmaak.
Vrijdag 4 december. Ik zit in de trein richting Brussel om bij de Syrische en Jordaanse ambassade een visum te halen. Ik zit wel maar rijd niet, de trein staat al 10 minuten stil op het station van Arnhem vanwege koppelingsproblemen. De mensen rondom gaan steeds meer morren en het lijkt me een goed idee om de treinen in de toekomst met vertraging te laten rijden zodat je dat leuke sfeertje krijgt van opgewonden mensen i.p.v. dat achter je krant zitten gedoe.
Er is een kink in de kabel gekomen voor wat betreft het idee om met de auto naar Afrika te gaan. Vincent heeft werk gevonden als reisleider voor een reisbureau gespecialiseerd in Oost Europareizen en wilde zich beschikbaar houden hiervoor en kan dus niet mee. Goede raad is duur, het hele plan opzeggen vind ik niets, alleen reizen is ook leuk. Om alleen met de auto dwars door Oost Europa te reizen lijkt me minder geslaagd.
De verzekering van de auto is tot Turkije geldig, daarna moet je voor elk land apart bij de grens een nieuwe verzekering afsluiten en dit kan aardig in de papieren gaan lopen.

Visum

terugkomst de mededeling kreeg van “dit was eens maar nooit weer”. Dit is volkomen te begrijpen daar het geen lolletje is je man een maand te moeten missen en je steeds maar weer moeten afvragen wat hij nu weer uitspookt. Daar valt alleen maar op te zeggen dat ik veel van reizen houd en dolgraag de zon nog eens aan de rechterkant op wil zien komen (aan de andere kant van de evenaar met het gezicht naar het noorden wel te verstaan).
De goedkoopste manier om dit te bereiken (en het meeste te zien) is om met de auto, tent en slaapzak op pad te gaan en met z’n tweeën alles te delen.
Leuk zou het zijn als Martina, Julia en Judith ook mee zouden gaan, want voor je algemene ontwikkeling kan het geen kwaad om ook eens andere culturen te ontmoeten waardoor je een veel bredere kijk op de wereld krijgt. Martina en de kinderen zien dit reizen op de bonnefooi totaal niet zitten plus dat het tijdvak van oktober/november zeer ongunstig is voor wat betreft school zodat Vincent en ik het maar met z’n tweeën gaan doen. Zo langzamerhand wordt het eens tijd om aan de voor-bereidingen te beginnen en dat zijn b.v. de visums aanvragen, waterreservoirs plus jerrycans op de kop tikken, vaccinaties en malariapillen halen etc.
De visums verkrijgen is weer een verhaal apart. Bij het consulaat van Roemenië was de wachtruimte boordevol met Turken die vanwege de burgeroorlog in Joegoslavië daar niet meer doorheen konden reizen. Voor Roemenië dan maar even wachten tot na de zomervakantie. Bij Bulgarije werd niet open gedaan, voor Syrië moet ik naar Brussel en bij Kenia moest ik mijn vliegticket laten zien en toen ik zei dat de reis per auto afgelegd zou worden viel de man zijn mond open en zei: Yes, eeh, no, eeh, yes than you have to show your bankpapers to let us know that you have money enough to leave the country, dus dit visum ging ook (nog) niet door.
De Egyptische ambassade was gesloten i.v.m. het islamitische offerfeest, waar ik dus achter kwam door een Egyptenaar die door de vreemdelingenpolitie opgepakt was en afgeleverd werd bij de ambassade. Op hun

Middenoosten trip

15 mei. Het is zover, de auto gekocht, een Toyota corolla, 3 deurs, 1600 cc en het bouwjaar is 1980. De oorspronkelijke bedoeling was een Peugeot maar daar was niet meer aan te komen behalve voor veel geld.
Met deze auto zullen we de trip naar Kenia maken en dit gaan we doen via: Duitsland, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Bulgarije, Turkije, Syrië, Israël, Egypte, Soedan en Kenia. (dit alles wel onder voorbehoud want zoals het er nu voorstaat kost de benzine in Hongarije bijna 7 mark per liter en zouden we er ook omheen kunnen rijden).
Wij zijn; Vincent Scholten en ik, Dick Veerman. Het idee om naar Kenia te gaan is bij ons opgekomen omdat een kennis van ons daar een irrigatieproject onder handen heeft en iemand anders een Peugeot te verkopen had waar ze in Afrika nogal gek op zijn vanwege de Franse invloed en de daardoor nog vele aanwezige Franse auto’s. Met deze reis dachten we twee vliegen in een klap te slaan door goedkoop onze kennis te bezoeken daar de auto te verkopen en daarna met het regionale verkeer weer terug te keren.
Zoals gezegd; de Peugeot ging niet door maar een collega had nog een Toyota die hij wel kwijt wilde voor f 1250,-. Dit was de auto wel waard, hij was weliswaar 12 jaar oud maar had maar 107.000 op de teller en dat is voor een Japanner niet erg veel. Toen hij van onze plannen hoorde kon ik hem ook voor f 500,- meenemen. Meer dan f 500,- wilde ik er niet voor uitgeven want mocht de auto onderweg blijven steken dan kan je hem voor dit bedrag rustig laten staan en met de trein terugkeren zodat er nog geen man over boord is.
Het enige nadeel was dat de radiator kapot bleek maar daar viel op een sloop nog wel aan te komen zoals ook andere onderdelen, bv contactpunten, v-snaar en zekeringen. Voordat dit allemaal zo ver was heb ik natuurlijk eerst het nodige met Martina moeten overleggen die deze reis eigenlijk helemaal niet zo zag zitten temeer omdat ik in ’85 al een maand met de Transiberie express naar Peking en Hong Kong was gereisd en na

Vliegtuig

Zonder problemen weer het vliegveld op gekomen en van daaruit ging het verder met een grote jumbojet. Het lijkt wel een balzaal. Het naar buiten kijken vind ik altijd een aangename bezigheid maar er werd een film vertoond dus alle gordijnen moesten dicht. Dat was balen want het was een verschrikkelijk oude Amerikaanse film en niet om aan te zien. Na de film kregen we weer een maaltijd en drinken, de derde vandaag.
Het gekke van het hele geval is dat we eerst naar Seoel gingen en nu gaan we net zo hard weer terug en via Arabië naar Zurich. We zaten in een niet rook afdeling d.w.z. precies boven de vleugel omdat daar de brandstof inzit. Dit is dus weer duidelijk in het nadeel van de niet roker die veel minder van de aarde kan zien. Toch hebben we vannacht nog een prachtig onweer van bovenaf kunnen bekijken. Na dit onweer volgde India en kon je voor de kust een paar olieboortorens met hun affakkel installaties zien.
Midden in de nacht gingen opeens de lichten weer aan en riepen ze om dat het 22.30 uur lokale tijd was en dus weer tijd voor een hapje en een drankje.
Het slapen op zo’n stoel is een zware aangelegenheid, je weet op het laatst niet meer hoe je zitten moet. Dan is er ook nog de latente aanwezigheid van de spanning van hoe het nu zal zijn met Martina en de kinderen die het slapen er niet eenvoudiger op maken.
Inmiddels hebben we ook nog een tussenlanding in Bahrein en Mekka gehad waar René trouwens een onbedwingbare lust had om de heilige steen te gaan bekijken. De totale vliegtijd zal ongeveer 30 uur kosten en je wordt er een stuk gammeler van als met de trein.
In Zurich bleek ons overstapvliegtuig vol te zitten met een groep Amerikanen en moesten we met een KLM toestel verder naar Schiphol. De bediening was hier nog beter en wat ons de hele weg nog niet gelukt was lukte hier wel, n.l dat we voorin mochten rondneuzen. Een leuk gezicht en ik heb de piloten maar uitgenodigd om eens bij mij in de trein te komen kijken.
Na een vlucht van anderhalf uur landden we op Schiphol en werden opgewacht door familie en kennissen.

Terug

Zo, vandaag de laatste dag in Hong Kong. Gisteravond is het nog erg gezellig geweest op de kamer. Er lagen jongens uit Australië, Amerika, Duitsland en een Fransman. Dit is wel de manier om talen te leren. Voor het eerst kon ik een beetje Frans praten en het ging tamelijk slecht omdat je praktisch alles in het Engels gewend bent. Over het algemeen heb ik de hele reis niets aan mijn Frans gehad behalve 1 maal in Moskou.
Australiërs vind je veel in Hong Kong en die zetten over het algemeen flink de bloemetjes buiten. Ze hebben eigen barretjes en lopen de hele dag met potten bier. Voor hen is dit een thuiswedstrijd zo dicht bij huis en ze komen hier om flink de bloemetjes buiten te zetten zoals de Hollanders in Spanje doen.
In de stad hebben we ook nog een Hollander ontmoet, een zekere meneer Janssen en hij is hier om de laatste nieuwtjes op elektronica gebied te bekijken. In Holland presenteert hij het radioprogramma hobbyscoop. Met hem zijn we nog enkele elektronica winkels in geweest en hij gaf ons een uitnodiging om de studio eens te komen bezoeken.
In de jeugdherberg is nu ook een Belgische jongen aangekomen en daar kan je wel mee lachen. Hij vertelde ons ook dat hij voor het eerst sinds 2 weken weer een andere belg had ontmoet waarop René vroeg of hij soms in de spiegel had gekeken. Dat was brullen natuurlijk en hij het hardst.
In de avond naar de avondmarkt geweest. Een kolossaal grote markt waar ook veel gegeten werd en waar muzikanten speelden. Je kon er ook je gebit laten verzorgen, haar knippen of gokken op z’n Chinees.
Zo, vandaag is de afreis dag. Om 8.20 uur moesten we op het vliegveld zijn maar dat lukte natuurlijk niet want de bus liet op zich wachten en kwam een kwartier te laat.
Na het opstijgen maakt het vliegtuig gelijk een draai om tussen de bergen door te komen en heb je tegelijkertijd een mooi uitzicht over de stad. Pal daarop begon men met het uitdelen van de maaltijden. Zo’n goede hadden we nog niet gehad. Na een tussenlanding op Taiwan ging het verder naar Korea. Weer een uitgebreide maaltijd, de tweede vanmorgen. In Seoel moesten we 4 uur wachten op het volgende vliegtuig. De douane gaf geen toestemming de hal te verlaten, maar het is toch te gek dat je zo dicht bij een stad er niet even uit kan om de boel te bekijken. Dan maar via de nooduitgangen proberen.
We zitten hier denk ik in een soort buitenwijk met laagbouw en veel armoedige huizen, nog net geen krotten. Wat een verademing na Hong Kong. De mensen lachen weer en kijken vrolijk. Hier lagen opeens ook volop aardbeien op de markt maar ik had niet gewisseld dus die gingen mijn neus voorbij. Er was ook een grasveld met in een halve cirkel allemaal houten afdakjes van waaruit mensen bezig waren golfballetjes het veld op te slaan.