Categorie archief: Transsiberië-express

Baikal meer

Over en uurtje of 2 komen we aan bij het Baikal meer en we verheugen ons er al op. Dit meer is het diepste ter wereld (1620 meter) en bevat ongeveer één vierde gedeelte van al het zoete water dat er op de wereld te vinden is. Wanneer je er iets wits in gooit dan zie je het nog tot op een diepte van 40 meter zo helder is het. Ik weet alleen niet of dat witte een koelkast moet zijn of een muntje.
Nu is het weer 2 uur later en van de helderheid zie je niet veel want het meer is één grote ijsvlakte met hier en daar iemand die op de Eskimomanier aan het vissen is. De trein rijdt tijden langs de rand van het meer en af en toe passeren we een houten dorpje. Er werd weer van lok gewisseld en de machinist waar we de foto’s van mochten maken wees naar zijn pet en naar het embleem daarop en daarna weer naar ons. We zeiden da,da, en hij trekt het embleem van zijn pet en geeft het ons. Daarna wees hij op zijn jas waar nog een gevleugeld wiel op zat, trok het eraf en gaf hem aan René. Dat was de eerste niet sacherijnige Rus die we zagen.
In de trein is ook nog een aparte radiohut die bemand is door iemand en waar je cassettes kan laten afspelen. Het enige dat je de hele dag hoort op deze treinradio is operamuziek. René bracht er zijn muziekcassette heen en zowaar wilde de man hem nog draaien ook. Dat was voor de eerste keer dat Kozakken, Mongolen en Koreanen punkmuziek hoorden. De diskjockey vond het zo leuk dat hij ons een pakje ansichtkaarten gaf van de transsib.
De stadjes zien er hartstikke leuk uit met hun houten huisjes en we zagen onze kans schoon om toen we weer ergens stilstonden van het station af te gaan en een ommetje te maken langs deze huisjes. Heel mooi en na 10 minuten kwamen we weer terug op het perron achter 2 soldaten die de wacht hielden zodat er niemand weg kon.
Hun monden vielen van verbazing open toen we van achteren langs hen heen liepen maar zeggen deden ze niets.
De zesde dag. Om zes uur in de morgen stonden we stil in Sjita en als alles goed gaat komen we vanmiddag zes uur bij de Chinese grens.
Gisteravond is er in onze coupé een grootmoeder plus een vrouw en haar dochtertje (die precies op Julia lijkt) bijgekomen. Met veel heen en weer wijzen zijn we erachter gekomen dat ze in een plaatsje één nacht en een halve dag verderop er weer uit moeten. Ze hadden de grootste moeite om de kaart te lezen, iets dat ons bij andere Russen ook al opgevallen was en we kwamen er achter dat het komt doordat zij alleen maar plaatsnamen kennen in het Cyrillische handschrift.

China

Wanneer ik vroeg wakker ben geworden kan ik niet meer in slaap komen omdat steeds maar het idee door mijn hoofd spookt dat je nu moet genieten van het landschap en het zonde is om je tijd te verslapen omdat je deze trip misschien maar één maal maakt. Zodoende lig ik nu uit het raam te kijken om 6 uur in de morgen en zie een rivier vol met ijsschotsen.
Af en toe komen we door leuke kleurige dorpjes en de trein fluit dan als ik weet niet wat. Het is een soort stoomlocomotief fluit met een hoge toon en een met een lage toon zoals een scheepstoeter. De machinist gebruikt deze zowat de hele tijd wat geen wonder is want overwegen kennen ze hier bijna niet en iedereen loopt over het spoor.
We hebben de splitsing van de transsib in de richting van China gehad en rijden nu dus zuidwaarts om Mongolië heen. De boomgrens is gepasseerd en het landschap is kaal en enkel nog begroeid met dor gras.
De grens met China kan niet meer ver weg zijn want op de glooiende hellingen zie je als je goed kijkt kanonlopen die als het ware uit de hellingen steken en in de richting van China wijzen.
Bij de grens aangekomen werd er zeer streng gecontroleerd door de Russische douane en wat bleek?, ons visum was één dag verlopen. René en ik werden meegenomen naar het stationsgebouw waar we te horen kregen dat we moesten wachten. Dit wachten liep uit tot 3 uur waarna we nog steeds zonder paspoort naar de trein terug moesten, papieren invullen en daarna bagagecontrole kregen. Mijn filmcamera ging door alle handen en overal kon je een goedkeurend gemompel horen toen ze er doorheen keken. De boeken werden gecontroleerd en daarna de folders van de route.
De trein werd hier trouwens ook weer van andere truckstellen met de Europese maat voorzien, maar door al dat paspoortgedoe konden we niets filmen wat hoogstwaarschijnlijk toch wel niet gemogen zou hebben op een grensstation. Even later kwam er nog een ploeg mannen de daken in de coupé losmaken en kregen we wonder boven wonder onze paspoorten weer terug. Hierna konden we onze reis weer vervolgen op nieuwe wielen in een nieuw land. Wat een verandering!! Grote chinezen komen de trein in en ze praten vloeiend Engels en daarbij lachen ze ook nog. Net over de grens zijn we een Chinees station binnengereden waar het nog vol staat met stoomlocomotieven. Er komen op zijn minst net zo veel douane autoriteiten in de trein als in Rusland, alleen hier zijn ze veel vrolijker en kan je nog eens een grapje maken waar ze nog om lachen ook (dat hoefde je in Rusland niet te proberen).
Op het station zijn grote luidsprekers geplaatst waar vrolijke muziek (Westers) uitkomt en iedereen lacht. Het lijkt wel of ze het doen om het verschil met Rusland nog eens te onderstrepen. De trein zou 100 minuten blijven wachten om de reizigers de gelegenheid te geven om geld te wisselen en dit was nog net niet verplicht.

Belangstelling

Hoogstwaarschijnlijk doen ze dit om het wisselen op de zwarte markt tegen te gaan. Dus het is zaak om zo min mogelijk te wisselen en de rest in Peking.
De winkeltjes op het station zijn overvloedig vol met ook westerse artikelen en de Koreanen konden hun lol op. We hebben onze eerste Chinese maaltijd gehad in het nu Chinese restauratierijtuig.
Het verwonderde ons dat er zoveel dingen te krijgen waren in vergelijking met Rusland terwijl de Chinezen toch zeker niet welvarender zijn. Afijn, het smaakte uitstekend en we konden de Chinese eetlessen in Holland goed gebruiken want alles wordt gedaan met chopsticks.
Kleine Gorbatsjov wordt op handen gedragen door de Chinezen en hij kan nog goed overweg met zijn sticks ook. Alleen moeten we een beetje oppassen want we missen soms dingetjes zoals een zakmes of ballpoint en die vinden we dan weer terug in zijn coupé.
De zevende dag. Wakker geworden op een station waar we enkele minuten oponthoud hadden. Snel aankleden en voor het raam naar buiten kijken waar ik een stuk of zes Chinezen zag die vrolijk terug begonnen te zwaaien toen ik mijn hand opstak.
Er kwam met een geweldige vaart een stoomtrein binnenrijden volgestouwd met reizigers en hij kwam precies op de goede plek tot stilstand nl met de bagagewagen bij de post, een knap staaltje remkunst.
Lang hield ik het niet vol daar bij dat raam want aan de andere kant van het perron werd de belangstelling voor mij zo groot dat ik me maar snel terugtrok. René zal het nog moeilijk krijgen met zijn punkkleren.
Het landschap is nog hetzelfde gebleven, heuvelachtig, kaal en dor. Af en toe passeren we huisjes die nu gemaakt zijn van leem en baksteen en de dorpjes vallen in het geheel niet op in het landschap. Tussen de dorpjes liggen allemaal bewerkte velden met daartussen veel lopende en fietsende mensen. Als de trein langskomt houdt praktisch iedereen op met werken en gaan uitgebreid naar de trein staan kijken. Als je dan je hand opsteekt roepen ze naar elkaar en beginnen lachend te zwaaien. Ook gaan er veel mensen in de houding staan terwijl het geen militairen zijn.
Langs de spoorbaan zie je overal gegraven vierkante gaten van ongeveer 5 x 5 meter. In het begin dachten we dat het wel schuttersputjes voor groepen waren, maar hier zo ver van Rusland lijkt ons dit idee toch wel overdreven. Na veel heen en weer gepraat met de twee Russische begeleidsters (die meegaan tot Peking) kwamen we erachter dat het kleigaten zijn die de mensen gebruiken om hun huizen mee aan te smeren. Aangezien de velden allemaal bebouwd worden gebruiken ze alle lege plekjes die ze nog kunnen vinden en dat is vaak langs de spoorbaan.
Het is inmiddels negen uur en René is met geen stok wakker te krijgen, die kan slapen als een os.
De trein schud een stuk minder dan in Rusland, maar het ballastbed is ook 1,5 meter dik met daarbovenop dezelfde betonnen dwarsliggers

Peking

als in Duitsland. Ook de snelheid doet niet onder bij die van Europa, nl 130/ 140 km/h.
Op een of ander station hadden we 7 minuten de tijd om foto’s te maken wat niemand verbood terwijl er wel een politieagent bijstond. Aan de overkant op het perron stonden een stuk of acht jongelui naar ons te kijken en toen we de hand naar ze opstaken liepen ze giechelend weg en bleven ze om een hoekje naar ons staan gluren.
Op weer een ander station gingen we samen met het groepje Zweden even het perron op en binnen een mum van tijd stonden er ongeveer een stuk of honderd Chinezen vanachter het hek naar ons te kijken. Niets werd er gezegd en toen we weer weggingen durfden ze pas te zwaaien. We voelen ons net apen in een dierentuin.
Ik snap trouwens zowiezo niet waarom die Zweden met de trein gaan want die lui liggen de hele dag op bed en zien totaal niets van het land. Alleen op de stations gaan ze er soms even uit en dan weer snel naar binnen. Het lijkt me dat zulke mensen beter met het vliegtuig kunnen gaan.
Het is nu ’s avonds en de trein stopte op het laatste station voor Peking waar we morgenochtend om 6 uur zullen aankomen. Het is nog steeds een ramp om over het perron te lopen want in een oogwenk heb je allemaal starende mensen om je heen die je aan alle kanten bekijken. Heel af en toe is er eentje die wat durft te zeggen en die is bij zijn vrienden dan gelijk de held van de dag. Ik hoop toch wel dat ze in Peking wat meer gewend zijn anders heb je er ook weinig aan.
René en ik probeerden een paar keer van het station af te komen maar bij de uitgangen word je door een agent toch vriendelijk weer terug verwezen.
Aan de begeleidsters hebben we een fles champagne gegeven die we van onze laatste roebels gekocht hadden, daar zijn we nu dus ook van af.
Het is nu kwart over zes van de achtste en laatste dag in de trein. Sinds een half uur heb ik mijn bed verlaten want als het goed is arriveren we over een half uurtje in Peking en het mooiste moment, het binnenrijden van een stad mag je toch niet missen.
Bed afgehaald en opgevouwen, aangekleed en afwachten maar. Langzamerhand wordt de bebouwing dichter en dichter en ja hoor, daar zie je al groepen Chinezen bezig aan hun ochtendgymnastiek.
De stad is laag gebouwd, de huizen staan zeer dicht op elkaar en het krioelt er van de mensen.
Op het station aangekomen willen de Zweden nog een groepsfoto en dan op naar het bureau van de Cits, waar we moeten wezen om een hotel te kunnen reserveren. Eerst maar even op het stationsplein vragen waar we dat bureau kunnen vinden, er liggen/ staan/zitten toch gauw enkele honderden mensen voor het station te wachten en er kan vast wel iemand Engels. Na veel zoeken vonden we er een en binnen enkele minuten stonden we ingesloten door zeker 40 Chinezen die ons allemaal zaten aan te staren.

Fietsen

Na een flink stuk lopen vonden we het bureau en kregen een hotel toegewezen dat aan de rand van de stad ligt. Met de bus ernaar toe en dan eindelijk eens na acht dagen onder de douche.
`s Middags eerst een hapje eten en dan proberen of we een fiets kunnen huren vanwege de nogal grote afstanden die bijna niet per voet zijn af te leggen.
Een klein restaurantje ingedoken waar het eten er nog wel behoorlijk uitzag. Daar werden we aan een tafel gepoot waar al twee Chinezen aan het eten waren en die flink zaten te smakken en te slurpen.
Het eten bestond uit kleffe rijst met een kommetje vet vlees en er stonden een meter of vier van ons tafeltje vandaan twee dienstertjes, een dikke man die hoogstwaarschijnlijk de eigenaar was en de vrouw van achter de kassa, naar ons te kijken. De man probeerde het ons vreselijk naar de zin te maken door steeds maar weer naar ons toe te komen en vragen of we nog wat hebben wilden. René had net een stukje vet vlees in zijn mond toen de man opeens begon te rochelen en een vette fluim op de grond spuugde waar hij vervolgens bovenop ging staan als was het een stuk ongedierte. We kwamen niet meer bij van het lachen en van het eten hoefden we ook niets meer. Hij zal wel gedacht hebben wat een gekke lui.
René had trouwens toch al veel bekijks met zijn punkbroek en zijn staartje, overal zag je de mensen hun hoofd omdraaien en met hun vingers wijzen.
Bij het fietsverhuurkantoortje werkte een meisje dat Duits sprak en na de afhandeling vroeg ze of ze nog wat van ons toeristengeld kon krijgen waarna wij 1,5 maal zoveel Chinees geld terug zouden ontvangen. Dit ruilen moest stiekem bij haar thuis gebeuren met haar vader en moeder erbij. In China zijn speciale winkels waar je alleen met buitenlands geld kunt betalen. Hier kan je tv’s, radio’s of koelkasten kopen en dit wordt gedaan om buitenlandse valuta binnen te krijgen. Voor ons was het een mooie kans om eens een Chinees huis van binnen te bekijken. Het zijn erg kleine maar wel schone kamers met in de ene hoek een potkacheltje en in de andere een bed met radio en een gasstelletje. De hele buurt bestond uit niets anders dan van dit soort ruimtes met kronkelige steegjes en af en toe een winkeltje. Alle bewoners zaten, lagen of stonden buiten.
Na het wisselen zijn we aan het fietsen geslagen en kwamen klem te zitten tussen duizenden en duizenden fietsers die in rijen van wel 7 dik door elkaar heen krioelden. Als de mensen over wilden steken stapten ze de straat op en voetje voor voetje liepen ze naar het midden terwijl de fietsers voor en achter hen langs reden, er is bijna geen doorkomen aan.
De voetgangers hebben met het oversteken meer last dan wij in Holland op een drukke rijksweg.
Na de nodige omzwervingen en één keer totaal verdwaald te zijn kwamen we weer terug in het hotel waar René ijverig op jacht ging naar ongedierte dat helemaal niet aanwezig was, maar ja, je leest wel eens wat niet dan? Het aantal winkels in Peking is beduidend hoger dan in Moskou en er zijn ook veel meer handelaren langs de kant van de wegen. Ook staan er overal

Eetzaal

reclameborden met vooral Japanse artikelen en Peking lijkt in dat opzicht op een westerse stad. Peking is totaal niet te vergelijken met Moskou dat heel erg somber is.
Het opbellen naar Martina is telkens een groot probleem. Verschillende keren heb ik het nu al geprobeerd waarvan ook een keertje vanuit Moskou en het wil maar niet lukken. `s Ochtend kan je niet bellen want je moet rekening houden met het tijdsverschil van 7 uur en ’s avonds is het voor de Chinezen weer te laat. Dan blijft er alleen `s middags over en dan is er geen doorkomen aan. Uren en uren heb ik al gewacht om doorverbinding te krijgen en het lukt maar niet.
De volgende dag rustig aan gedaan en begonnen met een ontbijt. Het ontbijt wordt gegeven in een grote eetzaal waar je zelf je ontbijt bij elkaar moet zien te sprokkelen. De Chinezen gaven er een gekookt eitje bij en ze proberen dat op de Europese manier te doen maar dat lukte niet erg. Een Amerikaanse toeriste was schijnbaar al een beetje te lang in China want die flipte helemaal uit tegen het personeel. Ze schreeuwde en ging tekeer en het personeel wist niet waar ze kijken moesten. Het was een beschamende vertoning daar in die eetzaal.
Er zijn trouwens wel meer geflipten hier. Zo loopt er ook een Amerikaan met bijbels te leuren, kan je nagaan hier in China, de mensen weten totaal niet waar hij het over heeft.
Het hotel bestaat uit een gedeelte waar je in grote zalen of in tweepersoons kamers kunt slapen en bovenin wonen allemaal Chinese families met kinderen en al. Daar is ook een zaaltje met een tv en ’s avonds kijken alle families daarnaar in dikke rijen en op de grond gezeten.
Na het ontbijt lekker gaan fietsen. Bij een van de vele parken naar binnen gegaan en daar waren honderden en honderden kinderen die kennelijk met schoolreisje waren. Een paar maal werden we gevraagd of we met ze op de foto wilden, dan hadden ze thuis wat te vertellen zeker.
In de middag hebben we het Beihai park bezocht wat wel een bedevaartsoord leek zo veel mensen waren er met bussen uit alle windstreken.
De Chinezen zijn helemaal wild van het fotograferen van elkaar. Ze gaan dan uitgebreid poseren met op de achtergrond een of ander beroemd gebouw. En als René ergens naar staat te kijken zie je de persoon die gefotografeerd moet worden heel langzaam opschuiven tot waar René staat en dan wordt er pas afgedrukt zodat hij er ook bij opkomt.
Met de fiets kwamen we bij de verboden stad die voor een aantal jaren terug nog echt verboden was voor de gewone mensen en waar de keizerlijke familie leefde. Nu reden we met fiets en al over de binnen de ommuring liggende straten en konden overal een kijkje nemen.
Buiten de verboden stad kwamen we terecht op het grote Tien a Min plein oftewel het plein van de hemelse vrede waar de foto van Mao aan de muur hangt en altijd het defilé gehouden wordt.

Eten

Om 5 uur hadden we afgesproken met dezelfde mensen van gisteren om weer wat geld te wisselen en dan zouden zij een treinkaartje voor ons kopen naar Xian, de vroegere hoofdstad van China waar we heen willen om daar het beroemde terracottaleger te bezoeken. Zij krijgen de kaarten nl veel goedkoper dan toeristen. Daarna praatten we over ditjes en datjes en dat het eten ons zo tegenviel. Volgens hen hadden we in de verkeerde restaurantjes gegeten want er waren best wel goede te vinden en die wilde ze ons wel aanwijzen als we dat op prijs stelden. Het leek René en mij wel een goed idee en we spraken af dat zij dan mee mochten eten en wij betalen, maar het moest wel een echte Chinese maaltijd zijn. Daar hadden de broer en zus wel oren naar want voor hun is een echt goede maaltijd een weekloon waard en voor ons is het maar een schijntje. Gelijk maar naar een goed restaurant gegaan en daar begon men door in het midden van de tafel een grote schaal met garnalen in saus neer te zetten. De garnalen dienden we in het geheel zonder de schil eraf te halen en met ogen en al op te eten.
Daarna kregen we soep met inktvis die nogal groot was uitgevallen en waarvan René dacht dat het zeewier was, totdat ze het ons na de maaltijd vertelden. Het werd één grote slurppartij en we hadden de grootste moeite ons lachen in te houden.
Na de soep kregen we een hete schotel met van alles erin en daarna kwam er een kip op tafel te staan waarvan de kop mee gebakken was en die ons aan zat te kijken. Alles moest met stokjes vanaf het midden gepakt worden wat toch wel gezellig was. Op een gegeven moment kregen we een soort gefrituurde staafjes en daarvan hield je telkens een hard stukje over wat ik niet weg kreeg. Gevraagd wat dit toch was vertelde ze me dat het afgeknipte kippenvoetjes waren waarvan je het eelt lekker op kon peuzelen, maar de nagels niet, dat waren dus die harde stukjes. Na de maaltijd nog thee gedronken en weer teruggegaan naar het hotel waar we vroeg naar bed gingen want morgen maken we een trip naar de muur.
Lekker vroeg opgestaan om te ontbijten (6 uur) maar de eetzaal was gesloten. Dan maar zonder eten de bus in. Peking is een stad van ongeveer 15 miljoen inwoners maar door de dicht op elkaar wonende gezinnen is de stad toch niet buitensporig groot. De buitenwijken bestaan uit grote hoeveelheden torenflats die dicht op elkaar staan en waar vele gezinnen een klein onderkomen hebben. Halverwege zouden we even halt houden bij een grafmonument van één of andere keizer.
Het was niet goed duidelijk hoe laat we weer terug moesten zijn bij de bus maar we dachten 3 kwartier de tijd te hebben. Geen eettentje te zien, dan maar even het dorpje in. Daar was een schooltje waar we door de ramen naar binnen keken. De leraar zag dat en vroeg of we niet even binnen wilden kijken (ter lering en vermaak van de kinderen).

Chinese muur

Het was een lagere school met een klasje van ongeveer 20 kinderen. René mocht foto’s maken en daarna gingen we weer weg. ‘Even nog die trein fotograferen, ik hoor er eentje toeteren’ zei René. Ik vond het meer op een auto lijken en tegelijkertijd ging er een lichtje branden. Hard terug rennen en ja hoor, de bus stond al 10 minuten op ons te wachten. Daarna weer verder richting muur.
De wegen waar we overheen reden waren in prima staat evenals de tunnels, alles was heel modern. Het landschap is erg bergachtig (kaal) en lijkt op dat van Turkije (even dor). Het zijn nog niet zulke oude bergen en dus nog niet erg afgevlakt.
Bij de muur aangekomen konden we niet verder want we kwamen in een file te staan. De muur is een imposant bouwwerk maar het was een drukte van belang daar. Duizenden en duizenden mensen liepen er rond en ook veel Amerikanen. Sinds die Amerikaanse astronaut gezegd heeft dat je de Chinese muur vanaf de maan kon zien loopt het hier storm met Amerikanen (te herkennen aan rare kleren, grote ouderwetse zonnebrillen en fototoestellen).
We kregen 2 uur de tijd om de muur te bezichtigen. Voor de Chinezen is de muur net zo bijzonder als voor ons, daar komt nog bij dat het zondag is dus hartstikke druk en zodoende konden we de muur maar een klein stukje opgaan. Mooier was het geweest als je tijd genoeg zou hebben om een stuk af te dwalen en lekker in je eentje genieten van de omgeving.
Veel souvenirstalletjes en restaurantjes. Hier konden we voor het eerst deze dag wat te eten nemen.
Na de muur verder op weg naar de Ming tombes. Daar was het van hetzelfde laken een pak, ontzettend druk. Hier in de bergen op een kilometer of 40 afstand buiten Peking ligt een gebied dat bezaaid ligt met graven van vroegere keizers. Om er een paar te noemen: Yong Ling, Kay ling, Chang Ling, Ding e Ling etc. Op het laatst zag je door de bomen het bos niet meer met al die Dingelingdongen. ’s Avonds waren we afgepeigerd.
Nog even proberen te bellen en ja hoor het lukte. 8 minuten gebeld voor maar 65 gulden. Na gehoord te hebben dat thuis nog steeds alles goed ging konden we met een gerust hart gaan slapen.
In de morgen eerst even wat geld wisselen op ons vertrouwde adres. Daar bleek niemand aanwezig maar buiten op straat was nog wel een andere ruilliefhebber. Het enige probleem is om een stil plekje te vinden want die zijn er nagenoeg niet. In de openbaarheid ruilen vinden de mensen niets want het blijft een verboden zaak. Dan maar in een winkel, hij had het geld al in pakjes van 100 in zijn jas zitten voor zulke gevallen. Binnen een mum van tijd stonden er wel 20 Chinezen om ons heen om te kijken wat we aan het doen waren en daarom maar vertrokken naar een andere winkel. Daar weer hetzelfde en ons toen maar niets meer van de mensen aangetrokken anders kan je wel aan de gang blijven. Na het wisselen weer op de fiets terug.

Kinderen

Het blijft ongelofelijk hoeveel fietsers hier rondtoeren. Er zijn behoorlijk brede wegen met in het midden 2 rijstroken voor auto en busverkeer met aan weerszijden 2 maal zoveel ruimte voor fietsers. De auto’s en bussen moeten af en toe opzij maar krijgen daar bijna geen gelegenheid voor van de fietsers die door elkaar krioelen met rijen van 7 tot 10 dik. De voetgangers hebben al helemaal niets in te brengen en stappen daarom maar de straat op en schuifelen tussen de fietsers door. Ook de metro hebben we met een bezoekje vereerd..
Dit was wel het laatste wat we verwacht hadden, een splinternieuwe metro in zo’n oude stad. Het was een flink moderne ook en hij bestond nog maar uit één traject, de rest moest nog gebouwd worden. Onderweg stond ik op voor een oudere vrouw maar zij wilde niet zitten, ik werd zelfs door een man weer teruggeduwd in mijn stoel.
Op weg naar het hotel reden we door de nauwe straatjes terug en zagen een piepklein restaurantje dat ons wel wat leek. Dit keer was het eten goed, maar we bestelden het ook door het bij iemand anders op zijn bord aan te wijzen. Het enige nadeel hierbij is dat al het bediening- plus keukenpersoneel van een afstandje naar ons bleef staan kijken en als we dan onze hand opstaken begonnen ze allemaal te giechelen.
Ik heb nog geen land meegemaakt waar de ouders zo gek op hun kinderen zijn als in China. Geen kind hoeft hier te lopen ze worden allemaal in de armen gedragen. De oorzaak hiervan is dat de gezinnen maar één kind mogen hebben behalve sommige minderheden, die mogen er meer. De ouders hebben de gekste voorzieningen gemaakt om hun kind mee te kunnen nemen op de fiets. Zo rijden er bv veel fietsen met zijspan (overdekt) waarin ze heerlijk beschut om zich heen kunnen kijken. Je krijgt wel het idee dat sommige kinderen schromelijk verwend worden.
Vandaag ben ik jarig, het is dat René lang zal hij leven begon te zingen anders was het totaal langs mij heen gegaan. Om het te vieren zullen we Chinees eten vanavond.
Ook op ons programma stond een bezoek aan het zomerpaleis in het noorden van Peking. Dit gebied even buiten Peking werd door de keizerlijke families in hete zomers gebruikt om zich terug te trekken. Het kostte ons precies 3 uur fietsen om er te komen en kwamen ook hier door uitgebreide torenflat wijken, de Bijlmer is er niets bij vergeleken. Het was de moeite wel waard.
Het zomerpaleis is een uitgestrekt geheel van gebouwen en tempels die omgeven wordt door een meer. Op het water varen honderden roeibootjes en dat schijnt het nationale tijdverdrijf te zijn want overal waar open water is zie je ze. Ook zijn er prachtige witte boogbruggen om de eilandjes met elkaar te verbinden. Wat zou ik nu graag mijn surfplank bij me hebben, er staat op het ogenblik windkracht 5. Maar zulk speelgoed kennen ze hier helemaal niet, over een paar jaar misschien als de economie begint te draaien en men wat meer gaat verdienen dan komt dat

Bolletjes

vanzelf wel. Dat de economie hier aan gaat trekken staat wel vast, het vorige jaar heeft iedereen zo’n 10 procent meer salaris gehad. Waar je het ook aan kan zien zijn de moderne wijken die overal uit de grond gestampt worden en men is hard op weg om het westen economisch in te halen.
Vandaag ook nog even naar huis gebeld het was tenslotte mijn verjaardag. Hoe ze hier de telefoonkosten berekenen, weet ik niet maar ik had maar 3 minuten gebeld en daar maakten zij 7 minuten van en dat kostte me zodoende 50 gulden. Ik heb Martina en de kinderen even gehoord dus dat maakte weer veel goed.
Het is vandaag de laatste dag in Peking en dus tijd om eens een zwembad te bezoeken. Het eerste is gesloten, dan maar het tweede. Ook dicht. Wat we van de gebaren van de man wijs konden worden was dat de zon eerst hoog aan de hemel moest staan, men begon dan te zweten en daarna ging het zwembad pas open, een buitenbad dus. Niets aan te doen, dan maar weer een beetje rondtoeren door de stad.
We kwamen in de winkelstraten terecht die niet met de onze zijn te vergelijken. Er waren veel winkels met Japanse elektronica die nog maar pas opengesteld waren. Veel mensen voor de etalages, maar nog geen geld om te kopen. Er is bij de grote hotels in de buurt een friendshipstore en dat is een grote en dure winkel waar je met toeristengeld van alles en nog wat kunt kopen. Voor de regering een manier om aan buitenlandse valuta te komen. Voor Julia heb ik een prachtige beschilderde waaier gekocht en voor Judith een zak met kleine speelgoeddiertjes. Martina moet nog maar even wachten tot Hong Kong voor haar kimono ochtendjas.
Daarna bij het station een hapje gegeten in een groot restaurant. Het was er groot, smerig en vol met mensen van buiten Peking die van alles en nog wat hadden verkocht en nu weer terug moesten naar hun huis op het platteland. We kregen daar deegbollen ter grootte van ping-pong ballen en die waren gevuld met vlees of groente (ik weet het nog steeds niet). We schoven aan tafel bij een man en vrouw waarvan de vrouw zich halverwege de maaltijd niet zo lekker begon te voelen en de laatste balletjes maar op de grond spuugde. We hadden er een heidens karwei aan om die bolletjes tussen onze eetstokjes vast te klemmen, ze waren verschrikkelijk glad. Je moest ze nog in een sausje dippen ook en natuurlijk zat de hele tent naar ons te kijken maar daar raakten we ondertussen wel aan gewend. Dit is wel een land voor mensen met mensenvrees, of je springt binnen een week het raam uit of je trekt je nooit meer wat van andere mensen aan.
Na afloop de fietsen teruggebracht die we 5 dagen in ons bezit hebben gehad. Dat kostte ons 8,50 gulden en René ging daarna met de bus terug en ik had zin om te lopen (2 uur).