Maandelijks archief: december 2010

Taj Mahal

Naar het station om een kaartje te kopen. Mijn plan is om naar Agra te gaan om de Taj Mahal te bekijken en daarna door in de richting Nepal. Het kaartje kopen is geen eenvoudige zaak. Er zwermen gelijk al mensen om je heen die je informatie willen geven en het komt er dan op neer dat je automatisch bij een duur loket uitkomt. Je moet alles op alles zetten om die lui van je af te schudden en bij een gewoon loket aan te sluiten. Het lijkt erop dat er speciale mensen ingehuurd zijn door de spoorwegen om de toeristen een duurder kaartje te laten kopen. Er zit een groot verschil in de prijs b.v. de ene keer betaal je 1000 roepies en een andere keer 50 voor dezelfde afstand.

In Agra aangekomen en daar stromen de tuk-tuk rijders je ook al tegemoet. Ik had niet veel tijd want het bleek dat als je na 16.00 uur bij de Taj Mahal aankomt de entreeprijs wordt verhoogd van 15 tot 115 roepies, dit i.v.m. de zonsondergang die mooi te zien zou zijn op dit gebouw. Ik moet zeggen, zelden heb ik zo’n mooi gebouw gezien, werkelijk prachtig. Het is in de 17de eeuw gebouwd door een maharadja wiens vrouw op 37 jarige leeftijd overleed bij de geboorte van haar 14de!! kind. De maharadja was zo gek op zijn vrouw dat hij dit gebouw ter ere van haar hier neerzette en waarin ze was begraven. Ik zei was, want de sarcofaag waarin ze lag is gestolen en nu staat er




een imitatie.
Het gebouw dacht ik, zal er wel aardig verwaarloosd uitzien, maar niets hoor. Het is gebouwd van marmer en overal ingelegd met een ander soort steen in de vorm van bloemen, spreuken en decoratief werk. De werklui hadden er 22 jaar voor nodig gehad, niet om te bouwen maar om de marmeren platen te verwerken. Men zegt nu dat qua oppervlakte dit het zwaarste gebouw ter wereld is (Martina, voor jou bouw ik ook nog wel eens iets in de tuin van buurman Otten).

De stad Agra zelf is niet zo bijzonder, allemaal modderwegen in een stinkende toestand. Dus besloot ik maar om dezelfde avond de trein te nemen richting Nepalese grens.

Gekkenhuis

Vandaag een fiets geleend van iemand van het restaurant waar ik een ontbijt nam. Nou ja, ontbijt is iets te veel gezegd voor een rijstbal (stopverf) en een soort donut die je in een zure saus kunt dippen en opeten.

De juice wordt bij een zaakje aan de overkant gehaald. Dit zaakje heeft allerlei soorten vruchten uitgestald liggen zoals ananas, granaatappels en ook suikerriet wat naar keus

uitgeperst wordt en heerlijk fris smaakt. Het is alleen jammer dat de glazen uitgespoeld worden met leidingwater.

Met de fiets naar de Iranese ambassade gereden en overal heb je twee foto’s nodig terwijl je er hier plotseling drie moet geven zodat ik er weer een paar moet laten maken. Bij de ambassade was ook een Duitser met tulband en woestijnkleding waarover ik in een Nederlands blad wel eens iets had gelezen. Hij wilde met een karavaan kamelen via Pakistan naar Iran en vroeg daarvoor toestemming, die hij niet kreeg. Hij had hetzelfde vaker gedaan maar dan van Soedan naar Egypte. Ook was er een Nieuw Zeelander die per telefoon toestemming had gekregen voor een zesweeks verblijf in Iran en hier hoorde dat hij alleen maar een transitvisum voor vijf dagen kreeg, het huilen stond hem te na want hij had verder alles al geregeld. Ik vertelde hem dat je in Iran heel makkelijk een verlenging kon krijgen en fleurde hem zo weer een beetje op.

Met de fiets richting zuid Delhi gefietst, of liever gezegd; proberen te fietsen. Het is morgen n.l. verlichtingsdag voor de Hindu’s en dan is iedereen vrij.

Het is me hier toch een gekkenhuis van heb ik jou daar. Overal rijden de auto’s stapvoets, stinken, toeteren, duwen je aan de kant, nemen voorrang en daartussendoor ontelbare bussen, vrachtauto’s, tuk-tuks, paard en wagens, riksja’s, heilige koeien die niet aan de kant gaan en dat alles krioelt door elkaar. Ik heb nog nergens zo een chaos gezien in het verkeer en daar zwalk ik dan van links naar rechts tussendoor. Vaak moet je afstappen, de fiets ter hand nemen en je tussen duizenden mensen doorwringen. Een verschrikkelijk lawaai, want iedereen schijnt te moeten toeteren ook al staan ze allemaal vast.

Na een paar uur toch in het zuiden van Delhi aangekomen bij de eerste Indiase moskee uit 1200 na C. Een imposant gebouw met een toren die uit verschillende steensoorten is opgetrokken en 90 meter hoog is. Daarnaast stond een niet afgemaakte toren van 30 meter, door een navolger gebouwd die het hoogterecord wilde verbeteren wat vanwege een te kort leven niet lukte. Daarna door de buitenwijken wezen crossen richting rivier die het aanzien niet waard was en nog stonk ook.

Toen ik de fiets leende vroeg de man of ik er voorzichtig mee wilde doen want hij was pas nieuw. Ik had nauwelijks één km gefietst toen de trapper losliet, helemaal uitgelubberd. Kon ik weer lopend terug naar het restaurant en die wisten wel weer iemand die er een nieuwe trapper op kon zetten.

De buitenwijken zijn allemaal hetzelfde. Het zijn dorpjes op zich die aaneengevoegd zijn tot één groot New Delhi, waartussen door dan de rijkere buurten liggen. Veel gezien deze dag.

Fietsen in New Delhi

Van de conducteur een slaapplaats gekregen. Hij vond het wel leuk een collega uit Holland te hebben, iedereen in de trein moest het gelijk weten ook. Vroeg opgestaan en gekeken hoe de steden en voorsteden van New Delhi eruitzagen. Het is een grote puinhoop, maar niet zo erg als Pakistan. Het levenspeil is hier ook hoger. Als je vroeg in de morgen langs de dorpen rijdt, zie je op de velden allemaal hoofden boven het gras uitsteken van mensen die hun behoefte doen, het hele dorp is tegelijk bezig lijkt wel. Voor hen is het een natuurlijke zaak. Ook als de trein eraan komt trekken ze de broek uit en gaan gehurkt zitten.

Het ziet er hier wel allemaal iets fleuriger uit, maar het water waar we langs rijden stinkt als
een riool en is helemaal zwart.

Bij aankomst wordt je overvallen door tuk-tuk rijders die erg vasthoudend zijn en je overal mee naar toe proberen te nemen. Een hotelletje gevonden en me een beetje opgeknapt. Er zat een grote hagedis (15 cm) op de muur die totaal niet bewoog, pas toen ik er met mijn vinger naar toe ging flitste hij weg. Met een tuk-tuk naar de Iranese ambassade gegaan voor een terugreisvisum. Daar vertelde ze me dat ik eerst naar de Nederlandse ambassade moest om een recommandatiebrief te halen.

Hiermee tot 13 uur bezig geweest. Ik kreeg de brief en ben lopend teruggegaan. De buitenwijken van Delhi zijn prachtig, grote huizen en veel parken. Alle huizen worden wel bewaakt door militairen of bewakingspersoneel die bij de ingangen bivakkeren. Als je in de parken loopt lijkt het net of je in een volièrestaat zoveel schetterende vogels, net een oerwoud. De bomen lijken ook erg tropisch, veel soorten en ook palmen. Er zijn veel grote hotels hier en het is een ramp om daar te lopen, je wordt telkens aangeklampt door taxichauffeurs en bedelaars. Dat gebeurd bij de Indiase mensen niet, maar
alleen bij de toeristen. Ik kwam een keer de hoek omlopen en een kind wist niet hoe snel ze op moest staan om bij me te komen en te bedelen, ze lopen zelfs hele stukken met je mee en dat is een gênante vertoning.

De stad is mooi opgebouwd met als centrum het Connaugh place, een in een cirkel gebouwd winkelcentrum uit ongeveer 1900. Er is ook hier ontzettend veel verkeer en de voetgangers hebben hoegenaamd niets te vertellen wat betreft voetpaden of de weg oversteken, de auto is hier heer en meester.

De mensen doen alles om de toeristen geld af te troggelen. Ze hangen mooie verhalen op b.v. dat ze je zo aardig vinden en dat ze je de stad willen laten zien. Daar hoeven ze dan geen geld voor te hebben maar je moet wel een cadeautje kopen voor hun vrouw of kinderen. Ook als je maar even stil staat om op de kaart te kijken staan de taxichauffeurs gelijk naast je en willen je wel even naar de plek brengen die je zoekt, terwijl ze allemaal analfabeet zijn en helemaal geen kaart kunnen lezen. Vaak kijken ze aandachtig op de kaart die ze mij gevraagd hebben en houden hem dan op zijn kop. Ook kwam er één of ander figuur ongevraagd een vlaggetje op mijn hemd spelden en of ik daar maar even voor wilde betalen. Ze komen op je af als vliegen op stroop.

Ook Martina gebeld op het postkantoor, maar ze hadden daar geen collectcall dus moest het met een omweg. Ik belde eerst op (evengoed 10 gulden) en dan moest Martina mij terugbellen via één van de vier toestellen die daar aan de wand hingen. Het ging prima maar was wel illegaal volgens de PTT beambte.

Grensovergang Pakistan-India

De trein naar Delhi wordt een langdurige geschiedenis. Bom en bomvol was hij met Indiase mensen die tassen, pakken, jute zakken overal in de trein neergelegd hadden om mee te nemen naar India. Je kon enkel een plaatsje vinden door over pakken en dozen te klimmen.

Bij het grensstationnetje aangekomen stond de trein nog niet stil of de deuren werden opengegooid en de mensen (mannen) sprongen als hazen de trein uit en liepen of hun leven er van afhing. Ik dacht wat krijgen we nu dan en tegelijkertijd zag ik het antwoord al, de mannen probeerden de andere reizigers te snel af te zijn en een bagagewagentje te pakken te krijgen, het was me een chaos, verschrikkelijk.

Op het grensstationnetje moest alles gecontroleerd worden door de Pakistanen. Daar gaat uren tijd in zitten. Daarna gebeurde hetzelfde aan de Indiase kant met als gevolg dat je niet eerder als s’nachts om 12 uur weer verder kon richting New Delhi. Je bent dus een hele dag kwijt met enkel de rommel na te kijken wat die mensen meenemen.

Op het Indiase station aangekomen moesten er formulieren ingevuld worden voor inklaring. Ik was daar mee bezig en ging er gelijk zo’n 1½ uur mee door want iedereen kwam naar me toe omdat ze niet konden schrijven. Heb ik m’n tijd toch een beetje nuttig kunnen besteden. Nadat de hekken geopend werden stroomde de perrons vol met het leek wel een stel vluchtelingen.

Ik ben het grensdorpje ingegaan maar moest snel weer terugkeren vanwege de jeugd die in grote getale met me meeliep en telkens maar weer het afgezaagde:”Hey mister, how are you” lieten horen en niet meer weg te slaan waren.

Met een boemeltreintje naar een groter station gereden waar betere verbindingen met Delhi te vinden zijn. Het was zwart van de mensen en toen de trein binnenkwam werden de achterste rijtuigen (de goedkoopste klasse) bestormd met duwende schoppende en trekkende mensen. Voordat de trein stilstond hingen de mensen al aan de deuren en ramen want wie het eerste binnenkwam was verzekerd van een plaats. Ik ben maar in deze trein gestapt hoewel het een dure is en ik daar geen kaartje voor heb.

Het standsverschil is groot. De mensen buiten op de perrons die moeten wachten op een goedkopere trein kijken hun ogen uit als je in de deuropening staat. De perrons liggen vol, echt vol met wachtende mensen met ontzettend veel bagage bij zich, ook al is het nu midden in de nacht.

Lahore Pakistan

Om 8 uur s’avonds aangekomen in Lahore, een grotere stad dan Peshawar en een nog veel groter gekkenhuis. Het is ongelooflijk dat de mensen het hier uithouden om te wonen. Een complete chaos van vaststaand, stinkend verkeer en een kakofonie van lawaai door toeterende auto’s. Mijn keel zit dicht en mijn ogen tranen. De mensen proberen allemaal in leven te blijven door de meest gekke werkjes op te knappen en een paar stuivers te verdienen, want meer is het vaak niet op een dag.

Ze hebben hier totaal geen benul van hygiëne. We stopten op de heenweg na een paar uur met de autobus, op een soort vuilnisbelt waar een paar hutjes op stonden om wat te eten en te drinken. Ik had wat te drinken genomen en vond het in de omgeving behoorlijk stinken. Dat klopte ook wel want iets verderop lag een dooie geit. Naast me in de bus zat een man op zijn hurken op de stoel en zat aan zijn tenen te pulken. Even later probeerde hij me met alle geweld snoep te geven maar ik zei maar dat mijn maag van streek was. Als je vanuit de bus naar voren keek was het net of je in een donkere tunnel keek, allemaal uitlaatgassen die werkelijk als een deken over de weg hingen. Het kan nooit lang goed gaan met dit land, lijkt me. Nu heeft iedereen nog zo’n beetje te eten maar als er eens een mislukte oogst komt dan is het gedaan hier.

Om de ongeveer 40 km werd de bus aangehouden door de politie-/militairen om zogenaamd te kijken of er geen kippen of gevogelte (ik denk vanwege ziekteverspreiding) vervoerd werd. Het is allemaal flauwekul, want je ziet ze naast de bus weer wat geld in de handen gestopt

krijgen van de bijrijder. Mijn buurman zegt: allemaal corruptie, corruptie, Pakistan number one with corruptie. Net ben ik naar het station geweest en het blijkt dat je enkel per trein naar India kan en die
gaat op maandag en donderdag 9 uur.

Ik heb maar besloten om morgenochtend 9 uur te gaan anders moet ik hier drie dagen blijven en dat is me een beetje te veel van het goede. Overal zie je hier zwervers liggen en kan je je benen laten masseren voor 50 cent en ook je hoofd met één of andere lotion laten insmeren (of luisvrij maken, want het waren van die apothekersflesjes). Het is niet duur, maar als ik dat hier laat doen veroorzaak ik gelijk een opstootje.

Al die tijd in Pakistan ben ik nog geen buitenlander tegengekomen en je wordt hier dan ook van top tot teen bekeken.

Wapenindustrie Darra

Vanmorgen met een tuk-tuk naar het registratiekantoor gegaan en daar bleek dat het om de één of andere reden niet mogelijk was om het plaatsje Darra met zijn wapenindustrie te bezoeken. Niet voor vreemdelingen in ieder geval. Terug in het hotel zeiden ze dat er vlakbij een zelfde soort wapenindustrie was waarna ik daar naartoe ging om toestemming te krijgen om de fabriek te bezoeken.

De baas van de fabriek vond het wel leuk om bezoek uit het westen te krijgen en gaf me vrij spel om overal te kijken en te fotograferen. Machtig interessant was het. Het geheel bestond uit allemaal kleine kamertjes in een groter complex waar iedereen met de hand onderdelen van pistolen en geweren maakte. Ze waren wat trots om alles te laten zien en legde het werk neer om te praten en dingen te laten zien. Ook ging er iemand mee om me rond te leiden. Het geheel nam zo’n 5 uur in beslag en daarna was het wapens testen in een soort diepe put waar je in kon schieten.

Het is verbazend om te zien hoe je met weinig gereedschap toch een behoorlijk gecompliceerd wapen in elkaar kan zetten.

Langs de kant van de weg heb je hier allemaal open riolen liggen en toen ik een plastic zakje uitschudde floepte mijn zonnebril die ik in Iran had gekocht zo het water in. Ik probeerde hem nog te pakken maar het water was zo afgrijselijk smerig dat ik hem maar liet liggen. Daarna ben ik nog de stad ingegaan en het is net of je naar een film van Fellini kijkt, je ziet zoveel vreemde mensen en gedrochten. Mensen die in Holland allang opgenomen zouden zijn vanwege b.v. half weggevreten neuzen, die lopen hier natuurlijk gewoon rond bij gebrek aan geld. Het is fascinerend dit te bekijken, maar overal komen ze naar je toe met:”Hello mister, how are you” en daar heb je op een gegeven moment zo genoeg van dat ik maar besluit om in mijn hotelkamertje te blijven deze avond.

Peshawar bestond al in 327 voor Christus en is de hoofdstad van de grootste stam ter wereld, de Pathanen. Het is altijd een stad geweest op het kruispunt van China naar Europa en alle legers zijn hier over de Khyberpas gekomen zoals de Grieken, Perzen, Mongolen, Turken en Hunnen. In de jaren ‘50 waren er nog stadsmuren met veel verblijven voor kamelen die hier onderdak vonden op de lange karavanen, maar de muren zijn afgebroken en de kamelenverblijven zijn busgarages geworden. Door de enorme aanwas van mensen moet alle historie verdwijnen en wordt het een aardige chaos.

Khyber pas

De trein is om 12 uur in Peshawar in Noord Pakistan aangekomen. De trein had maar een vertraging van 4 uur. Peshawar moest een mooie stad zijn werd er gezegd, maar het blijkt ook weer zo’n overvolle stad te zijn vol stinkende auto’s en tuk-tuks. Het is echt om te huilen als je ziet hoeveel uitlaatgassen hier de lucht ingejaagd worden.

Een hotel gevonden en wat gegeten daar want er zijn weliswaar genoeg straatstalletjes maar het ziet er niet uit wat ze daar brouwen, zo onhygiënisch als ik weet niet wat. Ze rochelen zo naast de brouwpot hun fluim naar buiten. In het restaurant van het hotel is het iets beter, tenminste, het lijkt beter. De obers zijn netjes gekleed en spugen niet, maar als ze met het eten komen halen ze wel flink hun snot op.

Op 30 km afstand ligt de Khyber pas en dit is altijd de grote smokkelroute geweest van wapens naar Afghanistan. Ik charterde een taxi en die wilde me er wel naar toe brengen. We reden eerst kris kras door de stad en kwamen op een gegeven moment op een militair vliegveld terecht. Ik dacht wat moet die nou hier maar het bleek dat hij zijn broer wilde ophalen die wel Engels kon praten maar die niet aanwezig was. Dan maar met z’n tweeën. We kwamen langs een ontzettend groot Afghaans vluchtelingenkamp dat tegen de stad is aangebouwd en helemaal bestaat uit van modder opgetrokken hutten. Even verderop werden we tegengehouden door een militaire wachtpost waarna bleek dat we een permit moesten hebben omdat het een militair gebied is. Omdat er stammen zijn die dat deel als hun gebied beschouwen moet er een soldaat mee voor de zekerheid. Wij terug naar het bureau die de permits verzorgt en dat bleek gesloten te zijn vanwege vrijdag, de moslimrustdag. Laat dan maar zitten die pas.

Morgen ga ik wat anders doen n.l. er is op 40 km afstand een stadje genaamd Darra waar bijna elk huis een wapenfabriekje is. De mensen daar maken al 100 jaar alle soorten wapens na, tot machinegeweren toe en die leveren ze aan de daar levende stammen. Hiervoor moet ik ook wel eerst een permit hebben die ik met zo’n tuk-tuk wagentje (een gemotoriseerde riksja) ga ophalen.

Pakistan is net als Iran een moslimstaat maar de sluiers zijn niet zo dichtgeknoopt als in Iran. De kleding is ook wat fleuriger. s’Avonds nog even de stad ingelopen, hoewel je volgens het personeel van het hotel op moest passen met Afghanen die nog wel eens mensen proberen te gijzelen omdat ze totaal geen inkomsten hebben. Hier ook weer veel mensen die een praatje met je willen maken. Om ongeveer 21 uur gingen de winkeltjes dicht en dan ziet de weg er totaal anders uit en moet je goed oppassen om niet te verdwalen want je ziet dan niet meer aan de artikelen die verkocht worden in welke buurt je zit.
Ik kwam langs twee jongens van een jaar of 15 gelopen waarvan de één zich voortbewoog op zijn handen en zijn verlamde benen achter zich aansleepte. Ze begonnen van “Hey mister, what is your name”? en ik begon een beetje met ze te praten (ging natuurlijk niet, want ze spraken totaal geen Engels). Ik gaf ze een hand en die van de verlamde jongen was helemaal kapot en vuil van de straat. Daarna ging ik weg, twee trotse jongens achterlatend. Ze hadden niet om geld gevraagd, wilden alleen maar proberen te praten met een vreemdeling. Nadat ik doorgelopen was dacht ik wat hebben die jongens nu toch eigenlijk voor leven, slapen op straat, hebben geen eten en moeten zien rond te komen van hetgeen de straat ze geeft. Daarna ben ik teruggegaan om ze wat geld te geven. Ze waren er erg blij mee.

Het is moeilijk om door te lopen als er een bedelaar komt, vaak een klein kind waarvan de moeder iets verderop zit. Als je eenmaal iets geeft is het enkel maar een druppeltje op een gloeiende plaat en is er des te meer kans dat ze de volgende vreemdeling brutaler of agressiever gaan benaderen en dan heb je juist het tegenovergestelde bereikt. Ik troost me er maar mee dat het één van de geboden is in de moslimcultuur om bedelaars een deel van je inkomsten te geven.


Treinreis door Pakistan

Ik begrijp nu waarom de trein zo’n twee dagen nodig heeft voor die 700 km. Hij gaat eerst enige honderden km met een slakkengangetje richting zuiden om dan af te buigen naar het noorden.

Je hoeft geen proviand mee te nemen want om de zoveel tijd stopt de trein en overvalt de hele meute treinreizigers al de eettentjes die op het perron staan.

De hele avond hebben we gepraat of je nu wil of niet want de mensen zoeken je vanzelf wel op, diegene die een beetje Engels geleerd heeft wil het ook in praktijk brengen natuurlijk. Goed geslapen in de heerlijk schuddende trein waarbij je zo lekker in slaap gewiegd wordt en s’ochtends wakker geworden van een hele troep op zigeuners lijkende mensen, zo van het platteland die in de coupé kwamen zitten.

Het is al een aardige smeerboel aan het worden. Er is in de hele trein geen afvalbak te vinden en de mensen spugen hun fluimen zo voor je langs naar buiten en alle troep gooien ze op de grond, een vette smeerboel. Op elk station komen er weer een hoop verkopers die je van alles proberen aan te smeren, maar praktisch niemand die geld of zin heeft om wat te kopen.

We rijden evenwijdig met de rivier de Indus richting noorden en het gebied is erg vruchtbaar. In elk dorpje waar je langskomt zie je het probleem nummer één van Pakistan, de grote hoeveelheid kinderen die overal rondkrioelen. Veel kinderen, veel werkloosheid, veel milieuvervuiling, weinig educatie dus nog meer kinderen en er is niemand die deze cirkel zonder eind kan doorbreken. We stoppen regelmatig en dan kan je wat nemen op de perrons, maar smerig, bah, alle lust tot eten vergaat je hier. Duizenden vliegen zwermen rond op de uitwerpselen die tussen de rails liggen en diezelfde vliegen zitten ook weer op de theekopjes, appels, brood en dergelijke. Je kan hier feitelijk niets nemen zonder ziek te worden. Nog de hele nacht te gaan en ik kan gelukkig zo mijn bed in.

Van de Pakistanen draagt er niemand schoenen met veters, ze hebben allemaal sandalen of vetervrije schoenen die ze gelijk uittrekken als ze gaan zitten. Ze planten direct hun blote voeten naast je neer op de bank en friemelen eraan dat het een lust is.


Een paar uur lang heb ik kunnen genieten van vijf friemelende jongens die bij me zaten om te praten en dat gedurende zo’n 3 uur. Alles maar dan ook alles zit onder een behoorlijke laag stof dat door de trein opgeworpen wordt en overal in gaat zitten. Ik voel me er behoorlijk smerig onder. Was het begin van de reis allemaal door uitgestrekte woestijnvlaktes, daarna kwamen er veel vruchtbare gedeeltes met mangoplantages wat een belangrijk exportartikel is van Pakistan en nu rijden we tussen de rijstvelden door.







Busreis naar Quetta

De weg naar Quetta was slecht, zeer slecht en het busje was klein. Er werden 15 man plus drie kinderen ingeduwd en daar gingen we. 8oo km te gaan en dat hutje op mutje.

Ook hier weer om de zoveel tijd stoppen voor controle en er hing dan een onverlichte, over de weg gespannen ketting waarvoor de chauffeur maar moest zien dat hij op tijd kon stoppen. Bij de 2de controle was het raak, vijf man in het busje hadden geen papieren en bleken uit Afghanistan te komen wat hier erg dichtbij ligt. Ze werden meegenomen en we zagen ze niet meer terug, voor ons dus meer plek. Je ziet sowieso veel mensen met mongoloïde trekken en denk dat er veel vluchtelingen uit de noordelijke gebieden zijn.

Van tijden zijn ze allemaal niet zo op de hoogte hier. Toen ik vroeg hoe laat we aan zouden komen zei de een om 18 uur, een ander 24 uur en het werd dus 6 uur in de morgen. Het was s’nachts aardig koud in het busje want het ding had overal kieren en de koude woestijnlucht blies er aan alle kanten doorheen. We reden dwars door Baluchistan, de grootste provincie van Pakistan en deze bestaat voornamelijk uit eindeloze woestijn en uren lang zag je enkel maar zand en kiezelsteen zo ver je kijken kon. Ook vinden hier militaire oefeningen plaats.

Ik werd ook hier heel snel opgenomen door mijn medereizigers en we lagen met z’n allen tegen elkaar aan, op elkaars schoot en kris kras door elkaar met dekens over ons heen getrokken. Ook hier weer om de zoveel tijd even pauzeren in een dorpje of gewoon langs de kant van de weg bij een huis waar de bewoners drinken en eten hadden, speciaal voor busreizigers. Ook al was het midden in de nacht, altijd was er wel een vuurtje met daarop een ketel thee. Dit vuur werd heel vaak aangehouden door kleine kinderen die er de hele nacht omheen zaten en houtjes erop legden. Zo kon de familie ook iets verdienen, helemaal afhankelijk van de reizigers en je kon het bijna niet over je hart verkrijgen om niets te nemen.

Bij aankomst in Quetta kreeg ik weer een cultuurschok te verwerken, het leek de tijd van de middeleeuwen wel als je de auto’s wegdacht. Een oude vieze stinkende smeerbende rond het busstation. Handwagens, zwerfhonden, manke gekke rochelende mannen en overal bergen zwerfvuil in de modder. Mijn medereiziger bood me thee aan en daarbij een stuk vettig brood.


De thee was heerlijk zoet en ik had er wel zin in omdat ik alleen kon drinken wat de anderen me aanboden aangezien ik nog geen geld gewisseld had en dat aanbieden deden ze veel. De stad Quetta bekeken en de buitenwijken zagen er een stuk beter uit als de buurt van het autobusstation, een beetje Istanbulachtig.

Nu is het zo dat de Iranese ambassade in Istanbul me een enkele reis transitvisum voor Iran
gegeven heeft en ik toch ook terug moet via Iran dus toch weer een visum nodig heb. Hier in Quetta is ook een Iranese ambassade dus gelijk maar even proberen of ik alvast een visum voor de terugweg kan krijgen.

Bij de ambassade stonden enkele honderden Afghanen te wachten op de openingstijd om ook een visum te bemachtigen. Hier had ik dus geen zin in en besloot maar om het ergens anders te proberen, b.v. Karachi of New Delhi in India.

Naar het station gegaan om een kaartje te kopen voor de richting Peshawar in het noorden van Pakistan. Daar moet de Khyber pas zijn en dorpjes waar de bevolking met de hand allerlei soorten wapens namaken. Volgens de verhalen is de omgeving van de Khyber pas het mooiste gebied van Pakistan. De trein doet alleen over dit stuk ongeveer 2½ dag en dat voor ongeveer 700km. Om een kaartje te kopen werd ik van loket naar loket gestuurd en steeds maar weer achteraan sluiten.

Ik zit nu in de trein en het is me toch een smerig ding. Er wordt gepaft bij het leven en op mijn plek zit natuurlijk allang iemand anders. Afijn ik heb de bovenste slaapplaats dus ik kan gaan liggen wanneer ik wil.

De Pakistanen zijn me een stel ongeletterden en kruisengrijpers dat houd je niet voor mogelijk. Telkens zie je ze hun zaakje goedleggen in die wijde broeken van ze met het kruis tot op hun knieën. Ze zijn wel allemaal aardig, dat wel, maar ze zijn alleen zo ontzettend smerig en spugen de hele dag door. Voor het vertrek zijn er al enkele bedelaars geweest en een jonge invalide man zonder benen die zich met zijn handen voortbewoog.

Busreis Iran naar Pakistan

Ik ben nu in Zahedan, op zo’n 100 km van de Pakistaanse grens. Het is nu 9 uur in de morgen en toen ik uit de bus stapte dacht ik, oh jee waar ben ik nou aan begonnen, hier kom ik nooit zonder kleerscheuren uit en loop ik vast de één of andere ziekte op. Een grote hoeveelheid kinderen, veel niet goed wijs, scheel of mank en een hoop vieze groezelige tentjes waar je wat kan gebruiken.(met kans op cholera). Gelijk komen er taxichauffeurs naar je toe of je naar de grens gebracht wil worden en natuurlijk tegen een veel te hoge prijs. Ik ben maar bij eentje in de auto gaan zitten voor de helft van de prijs en de chauffeur rijdt nu al drie kwartier rondjes om nog meer klanten op te pikken. Ik vind het wel best zo want zie veel van de stad en ben tenminste uit de mensen die gelijk om je heen zwermen als je uitstapt. En dan te bedenken dat dit nog niet eens Pakistan is maar Iran.

Er zijn hier veel vluchtelingen uit Afghanistan die de ellende daar ontvlucht zijn en met hun familie en hun hele hebben en houden hier naartoe zijn gevlucht. Je herkent ze gelijk aan hun tulbanden en soort pyjama’s met laag kruis die ze aanhebben.

De busreis hier naar toe was ook niet zonder problemen. Halverwege kregen we een lekke band, midden in de nacht en het hele spul moest vervangen en geplakt worden. Ook begaf de koppeling van de bus het op 135 km van ons eindpunt Zahedan. We waren net bezig met het beklimmen van de laatste bergrug na een mooie zonsopkomst in de woestijn toen we een tik hoorden en de chauffeur de versnelling niet meer kon gebruiken. Eerst even kijken en gelijk gebruik maken van de mogelijkheid wat van de directe omgeving te zien. Nadat gebleken was dat de koppeling niet meer gemaakt kon worden werd er besloten om hem in zijn één te zetten en even aan te duwen.

Zo’n 15 man beginnen te duwen en met een doffe plof kwam er een enorme roetwolk uit de uitlaat, de motor draaide en de bus reed. We waren allemaal zwart van het roet en begonnen te rennen achter de bus aan die nu zonder koppeling natuurlijk niet meer kon stoppen. Eén voor één sprongen de mannen in de bus maar vóór mij rende een man van een jaar of 60 op slippers en met O-benen of hij zijn hele leven op
een paard had gezeten….. en die struikelde.

Ik sprong over hem heen en wilde hem in eerste instantie helpen, maar zag dat het toch niet meer zou lukken met hem en rende naar voren de bus in.
De bus kon niet meer stoppen en iedereen keek vanachter de ramen toe hoe de man overeind rabbelde en het weer op een lopen zette achter de bus aan maar het toch moest afleggen. Het algemene idee was dat de volgende bus hem wel weer zou oppikken.

De verdere weg ging het goed totdat we bij een omgekantelde vrachtwagen kwamen waar omheen allemaal zakken wit spul (meel denk ik) lagen en waar onze bus dwars doorheen croste, een stel verbouwereerde mensen achterlatend.

Nu zit ik dan in het wagentje (Fiatje) waarvan het de chauffeur toch gelukt is om er vier volwassenen (met chauffeur meegerekend vijf) en drie kleine kinderen in te stoppen. De V-snaar knapte maar die had hij zo weer vernieuwd.

Net zijn we de grens met Pakistan gepasseerd en dat gebeurde weer op de zo langzamerhand bekende wijze. Eerst het Iranese gedeelte waar je een uitreisstempel krijgt en waar de bagage nagekeken wordt (niet bij mij), en dan het Pakistaanse gedeelte waar je een formulier moet invullen, ook weer een stempel krijgt, en een oppervlakkige bagagecontrole. Buiten gekomen moet je weer de nodige geldwisselaars van je afschudden en sta je midden in het stof, weggegooide viezigheid en met duizenden vliegen om je heen. Nu ik dit schrijf, wachtende in het busje dat ons naar Quetta brengt, staan er vier man om me heen toe te kijken hoe ik dit opschrijf.