Categorie archief: Reisverhalen

Iran visum

Nog 1½ week voordat de reis begint. Er begint een lichtelijke ongerustheid over me te komen, net weer opgebeld naar de Iranese ambassade om te kijken of het visum er al was, maar nog steeds niets. Afgelopen vrijdag nog gebeld (ik ben er al zes weken mee bezig) en toen werd er gevraagd of ik na een kwartiertje weer terug kon bellen, dat was geen probleem, maar na een kwartier namen ze de telefoon weer op en zeiden ze dat de ambassade gesloten was, aju paraplu.

Visums voor Iran schijnen maar mondjesmaat verstrekt te worden, het liefst hebben ze daar helemaal geen toeristen vertelden ze me op het reisbureau. Een zwak voor reizen heb ik altijd gehad en ben al regelmatig op pad geweest. Een land zoals India stond nog op het verlanglijstje en ik zou daar met Vincent naar toe vliegen om rond te trekken. Er kwam een kink in de kabel in de vorm van een dochtertje en zodoende kon hij dus niet mee. Het was een tegenslag, maar tegelijkertijd ook een voordeel want mijnbaantje als conducteur bij de spoorwegen geeft me de mogelijkheid om in enkele landen gratis met de trein te reizen en kan ik dus overal uitstappen om de boel te bekijken.

Het plan dat er nu ligt houdt in dat ik vertrek op zaterdag vier oktober en reis via München, Wenen, Boedapest naar Joegoslavië en dan naar Griekenland en Turkije. Dwars door Turkije naar Iran, Pakistan en India en misschien zit er nog een stukje Nepal in. Dit geheel zal een 1½ à 2 maanden in beslag nemen.

Nu ik dit zo zit te schrijven in de kamer zie ik steeds iets voor het raam vliegen en bij nadere beschouwing blijken het twee vleermuizen te zijn die in stereo vliegen, onder de dakgoot verdwijnen en weer tevoorschijn komen. Nooit geweten dat die dieren hier ook zaten. Als het met het visum voor Iran niet door mocht gaan probeer ik in Turkije via de onafhankelijke deelgebieden van het vroegere Rusland zoals Toerkmenistan, Azerbeidzjan, Oekraïne enz. om de Kaspische zee heen te trekken en zo een omgaande beweging te maken naar Pakistan. Voor dit soort landen heb je natuurlijk ook een visum nodig maar daar is misschien aan de grens wel aan te komen. Als dit ook niet mocht lukken dan blijft het vliegtuig over van Turkije naar Pakistan.

Een collega van me is zo vriendelijk geweest de Eurail Guide die hij in de trein gevonden had, aan mij te geven. Een handig boek met ontzettend veel treinverbindingen en wetenswaardigheden over landen en steden van over de hele wereld. Er staat bijv. in dat er éénmaal per week op maandagmorgen een trein gaat van Iran naar Pakistan, dus als je dat niet weet zou je lelijk op je neus kijken wanneer je een week moest wachten.

Op dit ogenblik is het zaterdag vier oktober en zit ik in de trein van Arnhem richting Duitsland. Net afscheid genomen van Martina en de kinderen. Dit is altijd een niet zo leuk moment dat voor hen erger is dan voor mij hoewel ik het idee heb dat het gelukkig steeds wat makkelijker gaat. Ik moet zeggen dat ik een wonderbare vrouw heb die me de gelegenheid geeft om dit soort reizen te maken, er zullen er niet veel zijn, de meeste zeggen “twee maanden weg, dan blijf je maar weg”. Het liefst had ik gehad dat ze allemaal mee gingen, maar ze zien dat soort landen niet zo zitten, naar Griekenland gaan ligt meer in hun richting en daarom staat dat het volgend jaar op het programma.
Mijn rugzak puilt uit want je moet per slot van rekening voor aardig wat klimaten kleding meenemen. Gisteravond waren Rob en Els zo vriendelijk om me een zak drop mee te geven van zo’n 1½ kg. Deze moet eerst maar eens wat lichter gemaakt worden. In mijn rugzak is het nu nog een beetje chaotische toestand, maar in de loop der tijd krijg je vanzelf wel een meer geordend geheel doordat je dingen op plekken stopt die meer logisch zijn. (Zoals trouwens het geval was met deze pen die helemaal onderop bleek te liggen). Het grote “kijken” is begonnen. Heerlijk is dat, lekker zitten en om je heen kijken naar het landschap (Roergebied, ook mooi) en vlak langs de landingsbaan van vliegveld Düsseldorf waar net een groot toestel vlak boven ons de landing inzette. Ik had een mooie vrije plaats gevonden en snap nu waarom die plaats vrij was, want voor en achter me zitten mensen met een baby die allebei net wakker zijn geworden en flink schreeuwen. De ouders zijn lichtelijk opgewonden en weten niet wat te doen om ze stilte krijgen. De trein is een heerlijk vervoermiddel om contact te krijgen met de lokale bevolking. Shit, die dikke kerel aan de overkant van het gangpad trekt zijn schoenen uit en ik weet eigenlijk nog niet of ik wel contact met de bevolking wil. Maar geen nood het is een soort Griek en die moet naar Frankfurt, ik heb hem maar gezegd dat hij hier in Keulen overstappen moet (wat niet waar is) dus dat is ook weer opgelost.

We zijn in de buurt van Bonn en rijden al een tijdje parallel met de Rijn, aan de linkerkant deze keer. Overal kastelen op de bergen en het water is superlaag. In Keulen zijn een stelletje Amerikanen ingestapt en zoals gewoonlijk slapen ze weer en zien niets. Het enige nadeel is
dat de trein zo hard rijdt maar dat probleem lost zich in de loop der tijd vanzelf wel op. De trein maakte opeens een noodstop (ik denk vanwege de beveiliging die er op zit want het is al de tweede keer dat hij dat doet) en het was wel grappig want die Amerikanen schrokken
zich een ongeluk en schoven zo van de stoel af. Gisteren nog opgebeld voor het Iranese visum maar er was nog niets binnen. Ze gaven me de
raad om het in Istanbul of Ankara maar te proberen want daar zijn ook Iranese ambassades en die bellen dan op naar Den Haag waar ze het dan via de telex weer op kunnen sturen. Afijn, we zien wel. (In dit laatste zinnetje herken je de ware wereldreiziger!)

Er is geen tijd dit boek op te bergen, steeds zie je weer wat anders. Nu was er weer een potloodventer langs de baan die uitgebreid met zijn gevalletje in z’n handen richting trein stond te zwaaien. De wereld is vol maffe figuren. Dit missen die Amerikanen dus ook want die slapen inmiddels weer. Het kind wat achter mij zit/ligt, is niet meer stil te krijgen, ik schat het op vier maanden oud en de moeder is een jonge Joegoslavische/Turkse vrouw die ook met de handen in het haar zit. Maar er komt hulp in de vorm van een kordate enigszins gezette Duitse vrouw die het kind pakt en tegen zich aan drukt en zie, het kind is gelijk stil. Tegen zo’n overmacht kan het niet op. (Ik zou ook gelijk stil zijn in zo’n geval). Graag zou ik behulpzaam zijn maar dat is een moeilijke zaak met zo’n baby. Geef me een radio en ik repareer hem maar zo’n baby is een ander geval. Er zit geen knop op waarmee je hem uit kunt zetten. In Mannheim moest ik overstappen naar München en daar bleek dat die trein een uur vertraging had vanwege een bovenleidingbreuk. Daarna ging hij lekker snel, zo’n 280 km/h.

In München aangekomen wachtte me een verrassing, het is oktober en dan zijn er de oktoberfeesten. Hartstikke druk met lui die van die grote potten bier drinken. Bij de spoorwegen kon ik niet terecht, het treinpersoneel dat hier overblijft krijgt een hotel toegewezen en je moet je treinpapieren laten zien die ik natuurlijk niet heb. Naar het VVV kantoor gegaan voor een jeugdherberg. Er was er één vijf km verderop. Lopend erheen gegaan, flink zweten en daar kreeg ik te horen dat je voor deze herberg onder de 27 jaar moest zijn en ze schatten me 28. Weer terug en bij een andere jeugdherberg had ik meer geluk, er was iemand niet op komen dagen en ik kon dat bed krijgen. Heerlijk gedoucht en even in de stad kijken hoe dat nu allemaal in z’n werk gaat dat oktoberfeest. Wat een feest, je moet je voorstellen dat er op een ontzettend groot parkeerterrein een grote kermis is neergezet.

Tussen alle attracties door staan er een stuk of tien supergrote tenten zo groot als een voetbalveld waarin allemaal tafels staan vol met drinkende en etende mensen, er gaan er wel een paar duizend in. Je moet er maar van houden, ik voelde me er in ieder geval totaal niet thuis en ben het stadscentrum maar eens gaan bekijken, wat wel mooi is alleen een beetje steriel.

Treinreis door Oost-Europa

Afgelopen nacht is er een kleine voortzetting van de 2e Wereldoorlog geweest op de kamer. Om een uur of drie kwam een groepje Duitsers terug en vonden daar een Amerikaan die illegaal binnen was gekomen en op één van hun bedden lag te
ronken. De leiding werd er bij gehaald en de Amerikaan naar buiten geknikkerd waarna de Duitsers (flink aangeschoten) hem vanuit het raam nog eens met bananenschillen ging bekogelen.

Afijn, nu zit ik om 9 uur in de kantine van de Duitse spoorwegen en wacht op de trein die me vanuit München doorbrengt naar Wenen en dan door naar Boedapest. Het ligt eraan of er in Wenen slaapgelegenheid is voor treinpersoneel zodat ik daar blijf overnachten of niet. Ik ben bang dat ik geen geld genoeg bij me zal hebben als ik de overnachtingen in deze dure landen moet gaan betalen. Maar goed, de jungle van de Münchense bierfeesten heb ik overleefd nu zal het in India ook wel lukken. Voor zover het mogelijk is probeer ik me met problemen niet te bemoeien. Zo had ik die Amerikaan ook wel kunnen helpen (misschien wel door hem bij me in bed te nemen) maar ik houd me liever afzijdig en kijk hoe ’s lands eer ‘s lands wijs het oplost. (Ze maken het me soms wel knap lastig want verderop zit er één te roken in een niet roken afdeling).
De reis door Oostenrijk richting Wenen verloopt prima. Soms rijden we stukken langs de Donau met zijn blauwe (kalkrijke) water en dat is wel mooi. Het landschap zelf is niet zo bergachtig en elk stukje grond is bewerkt. Het is zo te zeggen nog niet zo spannend.Wel kwamen we door Melk en zie je een prachtig met goud bewerkt kasteel staan. Deze trein rijdt door naar Boedapest en ik blijf maar zitten omdat ik liever in een Oostblokland ben dan in het westen.

Net de grens gepasseerd met Hongarije, gelijk een totaal ander landschap. Na Wenen werd het al droger en hier zagen we ook Turkse vrachtauto’s op de trein staan richting Turkije. De huizen zijn ongeverfder, wegen hobbeliger en ouder, de landerijen niet allemaal bewerkt, kortom het heeft wel wat. En oh ja, de eerste walmende fabrieksschoorstenen heb ik ook al
gezien. (En een verdwaalde stoomlocomotief en Skoda’s). In Boedapest aangekomen en naar
het verblijf van het treinpersoneel gevraagd.

Dezelfde man en vrouw als enige jaren terug hadden het heft nog steeds in handen. Ze vroegen drie DM voor een slaapplaats en ik gaf ze er vijf. Zij blij ik ook. Voor de wc kreeg ik een krant mee, die was er niet voor om te lezen, maar om wc papier van te maken. (Het raam van die wc was er trouwens helemaal uit en je keek zo een diep zwart gat in. De douche
bestond uit een kraan met twee nagemaakte houten knoppen erop en natuurlijk geen douchekop, die konden ze schijnbaar ergens anders wel gebruiken. Morgen half 8 moet ik eruit zeiden ze, dus ik ga maar eens de stad bekijken en de reinenloop richting Belgrado onderzoeken. Gelopen van hier tot ginder, ik schat zo’n beetje 15 km. Eerst op zoek gegaan naar een kaart maar niets gevonden. Nu kan je hier ook eigenlijk niet verdwalen, allemaal brede wegen waar de auto’s voortjakkeren en haaks daarop de zijstraten. Boedapest is best wel een mooie stad en als je ‘s avonds bij de Donau staat zie je mooie bruggen en aan de overkant ligt Pest met prachtig verlichte gebouwen op een heuvel.Veel winkels zijn er en het ziet er best wel schoon uit ook. Alleen de mensen zijn niet zo vriendelijk en het draait eerder om het geld dan om de
menselijke betrekkingen lijkt het. Ik zou er om half 8 uit zijn had ik beloofd maar dacht naderhand, hebben ze hier wel dezelfde tijd als bij ons, we zien wel. Om kwart over 6 hoorde ik gerommel op de gang, ging eruit en pakte mijn spullen in om tot de ontdekking te komen dat het inderdaad half 7 was en tot 11 uur buiten op straat mijn tijd moest zien door te brengen want dan gaat de trein richting Beograd, Joegoslavië.

Een moeilijk punt is vaak dat je niet weet hoeveel geld je om moet wisselen zodat je altijd een kleine hoeveelheid geld overhoudt. Hier in Boedapest kwam het mooi uit en kon ik met mijn laatste kronen naar de wc. Papier nooit van gehoord en sloten op de deur al evenmin. Dan maar wat water uit de pot opvissen en het daarmee doen. (M’n pen is er nog nat van geworden ook).

Op het ogenblik rijden we door de Hongaarse Pustas en het is een grootgebied van bruinig gras waar paarden los rond lopen. Rondom Boedapest was het een smerig gedeelte, het leek of je over een vuilnisbelt reed. De trein rijdt niet sneller als ± 60 km/h en stopt vaak voor overwegen die geen afsluitbomen hebben. In mijn coupé zitten twee dames allebei verwoedt
met een GSM-etje te spelen, volgens mij bellen ze elkaar op. Bij de grens met Joegoslavië stroomde de trein vol met militairen en douanepersoneel en moest ik een visum halen voor 21 dollar, de afzetters. Uit de hele trein werden de mensen gehaald die in optocht naar een kantoortje moesten lopen om daar het geld te overhandigen. Je moest 30 DM of 21 dollar betalen. Overal moet je hier betalen lijkt het wel, extra toeslagen voor de trein enz. en dat voor zo’n boemel als dit. Op de stations staan allemaal kapotte oude locomotieven en ik geloof dat ze hier in dit land aardig in geldnood zitten. In de Railguide wordt al gewaarschuwd dat het in Belgrado niet veel soeps is en dat alles er schrikbarend veel kost en besluit daarom maar door te rijden naar Griekenland, naar Thessaloniki om precies te zijn.


We rijden hier met de ramen open, zo warm is het. Er zitten hiernaast een Poolse jongen en meisje die ook naar Thessaloniki gaan en gelijk moeten beginnen met werk zoeken want ze hebben geen geld meer voor de terugreis. Ik heb ze maar een dropje aangeboden maar ze trokken een vreselijk raar gezicht (die jongen had dat al voor die tijd) toen ze het proefden en wisten niet hoe snel ze het uit moesten spugen toen ik zei dat het uit Amsterdam kwam. Er zijn inmiddels drie Joegoslaven ingestapt en het wordt nog een gezellige boel ook, ze hebben bier meegenomen en proberen een beetje Duits te praten.

Het wordt later en donker maar het licht van ons rijtuig doet het niet dus zitten we urenlang in het donker te keuvelen, te drinken en van mijn drop te eten. Wat kunnen die lui smakken zeg! Het is inmiddels 11 uur ‘s avonds en we zitten nog in Joegoslavië en denk dat ik m’n slaapzak maar eens uit ga rollen want die mannen zijn ook weer weg.

Treinreis Griekenland / Turkije

Om half 8 de trein van Thessaloniki naar Istanbul genomen. Het is een reguliere trein en er zitten praktisch alleen maar Grieken in die van dorp naar dorp reizen. We komen door vlakke gebieden maar ook doorbergachtige waar we langs hoge
rotswanden rijden evenwijdig aan een rivier. De mensen zijn overal toch hetzelfde, ze zijn trots op hun land en willen de toerist daar graag in laten meedelen. Ik had al wel gezien dat het mooi werd met diepe ravijnen, snelstromende rivieren en hoge bergen maar bleef obstinaat in mijn tijdschrift lezen. De twee dames aan de overkant van het gangpad gingen
eerst een beetje harder praten en begonnen langs mij heen naar buiten te wijzen, m.a.w. let toch op kerel hoe mooi het hier is, toen dat niet hielp stonden ze allebei op en gingen voor me staan, uitgebreid naar buiten wijzend en ratelend. Een oudere man ging zich er ook mee bemoeien en ze stootte me nog net niet aan. Ik ging ook mee kijken en ze waren reuze trots. Toen ik een foto maakte begonnen ze te glunderen en elkaar aan te stoten en kon ik niet meer stuk bij ze. Ik had drie geografische tijdschriften meegenomen, maar tot nu toe heb ik nog totaal geen tijd gehad om er in te kijken, ik ben druk met niets doen. De mensen praten veel met elkaar. Ze kennen elkaar niet maar na enige tijd zitten ze toch
naast elkaar en praten. Dit was in Joegoslavië ook alzo en zie dat bij ons niet zo snel gebeuren. In Joegoslavië vertelde een man me dat ze altijd maar over politieke zaken spraken en daar had hij zijn buik van vol. Ahh politiek, politiek riep hij uit zijn beide armen omhoog werpend, nieks good, nieks good.


Onderweg kwam er een man van een jaar of 65 bij me zitten en ik dacht eerst dat het een Griek was, maar het bleek Charlie een Australiër te zijn die al zes maanden aan het rondtrekken was. We konden goed opschieten met elkaar.

In een klein Grieks dorpje moesten we overstappen op een zeer smerige Turkse trein (een lok met twee wagens) en moesten allemaal tien dollar visum betalen (behalve Charlie). Ik betaalde met 20 dollar maar de man had niet terug en gaf me mijn pas en geld terug en zei dat hij zo terug kwam om het te wisselen. Toen hij weer kwam was ik er niet (op de wc) en hij ging van de trein af. Zo reis ik nu zonder visum en zie wel wat er van komt. We rijden met de ramen wijd open en hangen eruit maar niet voor lang,want we rijden langs een riviertje en dat is net een open riool zo stinkt het.

Van mijn treinkaartje hebben ze in Utrecht maar een rommeltje gemaakt, er klopt niet veel van. De conducteur kijkt er naar en snapt er niets van. Dat kan best kloppen want er staan plaatsnamen op die ik op de landkaart niet kan vinden. Morgen maar even op het station van Istanbul navragen. De conducteur ziet dat ze wel officieel zijn en zal het verder worst wezen.
Bij de Griekse grens kreeg een Turkse jongen van een jaar of 25 flink wat klappen en werd hij de wc ingefrommeld. Net even met hem wezen praten en het blijkt nu dat zijn vrouw en kind in Griekenland zitten en hij daar ook heen wilde. Hij had een geldig visum maar de Griekse douane vond van niet en weigerde hem. Toen schold hij ze uit met een vechtpartij als gevolg.

Tussen de Grieken en Turken botert het niet zo aangezien ze allebei recht denken te hebben op Macedonië en voor Cyprus geldt hetzelfde. Er zijn daardoor veel militairen aanwezig in het grensgebied.

’s Avonds laat in Istanbul aangekomen en met vijf man in een taxi gepropt en een hotelletje gezocht. Ik slaap met Jason, een Amerikaanse jongen op één kamer en hij had zijn huis en werk opgegeven en reist nu al drie maanden rond maar gaat over vier dagen terug naar de U.S.A.

Treinreis Istanbul

Er was geen warm water om te douchen maar later bleek dat je voor warm water de blauwe knop moest gebruiken (hetzelfde met ja en nee schudden, ook andersom). Met Charlie naar de bank gegaan om geld te wisselen en daarna naar de Iranese ambassade om te kijken of mijn visum al in Holland aangekomen was, niet dus. Ik heb hier maar een nieuw visum aangevraagd en ze zeiden dat ik over vijf dagen maar terug moest komen.

Charlie had genoeg van het lopen en zei dat hij van z’n leven nog nooit zoveel gelopen had (we waren pas een uur onderweg). Na hem weer teruggebracht te hebben ben ik alleen verder gegaan.

Een prachtige stad dat Istanbul. Omringd door water met zeeschepen die voor anker liggen. De stad zelf is een gekkenhuis van auto’s, dragers, kopers en alles wat daar bij hoort. Honderden en honderden winkeltjes met een krioelende mensenmassa daartussendoor. Overal proberen de Turken je naar binnen te praten en soms moet je ze flink van je afschudden zo vasthoudend zijn ze.

De grote bazaar weer bezocht met zijn overdekte winkeltjes met goud, zilver en oriëntaalse spullen. Er zijn in sommige gedeelten van de stad speciaal voor Russen ingestelde gedeeltes waar alles in het Russisch beschreven staat, zelfs de hotels hebben Russische namen. De Russen kopen van alles op en slepen het in enorme pakken met steekwagentjes met zich mee
om het in Rusland weer te verkopen.’s Avonds om tien uur weer in de jeugdherberg aangekomen. Jason had honger en wilde nog wat eten. Ben met hem meegegaan en een klein restaurantje gevonden. Daar hing een Turkse gitaar aan de muur die van de eigenaar bleek te zijn en die er nog goed op kon spelen ook. Hij vond het maar wat leuk om toehoorders te
hebben en bleef daarom maar thee en koffie geven. Een leuke avond gehad en foto’s gemaakt die ik ook nog naar hem op zal sturen.



Jeugdherberg Istanbul

Vanmorgen rond een uur of tien weggegaan om bij de spoorwegen en jeugdherbergen te vragen wat ik daar zou moeten betalen, want voor vijf dagen heeft het nog wel nut om iets goedkopers te zoeken. Bij de spoorwegen hadden ze een personeelsverblijf maar daar moest je met de trein naartoe want het was zo’n tien km uit de buurt van het centrum. Dat lijkt mij nu ook niets als je iedere keer met de trein moet terwijl je van dit hotel vandaan zo de stad in kan wandelen. De jeugdherbergen hadden nog wel plaats en kosten voor tien personen op één kamer zeven dollar, dat is vijf minder dan nu, dat verschil is dus ook niet zo groot terwijl het hier veel schoner is.

Ik had mijn zonnebril bij het restaurantje laten liggen en dacht om hem weer even op te halen. Kon ik me dat tentje dus niet meer terugvinden en dat terwijl ik nog wel een kaart had. Heel langzaam begin je in die wirwar van straatjes iets bekends te ontdekken maar het valt nog steeds niet mee om de weg te vinden. De grote straten gaan wel goed, die staan allemaal wel
aangegeven, maar als je daar van afwijkt dan moet je goed opletten.

Weer heel veel gelopen onder andere over de Galata brug naar de overkant van de Golden Horn. Daar ligt het meer Europese gedeelte van Istanbul met zijn kantoorwijken en modernere winkels. Vroeger bestond deze brug uit allemaal naast elkaar liggende boten met een vloer eroverheen gemaakt maar voor een paar jaar terug is dit ding afgebrand en nu ligt er dan een
nieuwe, maar niet half zo mooi als die andere. Onderweg waren een paar schoenpoetsertjes erg opdringerig en smeerden zelfs een dot schoensmeer op mijn schoen en zeiden “now do you have a problem” maar ik liep door en ze hadden er dus niets aan. ( Ik kreeg die dot er niet zo gauw vanaf en later bleek dat mijn sokken er behoorlijk zwart door waren geworden en dat ik ze weg kon gooien). Bij de blauwe Moskee waren bussen met veel toeristen en ik zag zelfs een man met een vlag omhoog die als aanvoerder fungeerde van een groep van zo’n 70 personen.

‘s Avonds langs de waterkant teruggelopen en daar waren zeven mannen met elkaar aan het dansen bij luide autoradiomuziek. Ik maakte er een foto van maar moest toen met hen meedansen waarna er één mijn camera pakte en op zijn beurt een foto van mij maakte.

De Blauwe Moskee

Vanmorgen met Jason de Amerikaan naar de blauwe Moskee geweest want daar had hij één of ander Turks hoedje gezien in een souvenirwinkeltje. Je moet je eens voorstellen wat dat is, honderden winkeltjes met duizenden mensen aan wie getrokken
en geplukt werd of hun leven ervan afhing. Jason heeft al een extra tas moeten aanschaffen om al zijn souvenirs in te doen. Hij heeft bijv. negen tapijtjes gekocht, lampen en prullaria’s. Een gek volk die Amerikanen. Ik was niet helemaal in orde dus een beetje rustig aan gedaan en me vermaakt aan de waterkant op de kade waar allemaal Turken zitten te vissen en
schepen voorbijkomen. s’Avonds iets opgeknapt en weer aan het wandelen gegaan. Je kan hier s’avonds goed over straat lopen je voelt je hier veiliger dan in Amsterdam. Geen schreeuwende jongeren zoals thuis wel vaak het geval is.

Het hotel hebben we betaald omdat Jason terug moet naar Amerika en ik alleen de twee persoonskamer moet betalen, daarom zoek ik tot het visum komt een jeugdherberg op.

Taxim Square

Over het algemeen heb ik niets te klagen over de Turkse mentaliteit, ze zijn uiterst vriendelijk, behulpzaam en nemen de tijd om je vragen te beantwoorden (zeer belangrijk). Toch maak je ook andere dingen mee, zo ging ik op deze dag richting overkant naar Taxim Square. Na een flinke klim en veel lopen daar aangekomen.

Taxim Square is je kan wel zeggen het uitgaansgebied van Istanbul en veel mensen wandelen er rond en drinken wat. Het was er reuze druk en er staat ook een monument waar een tram omheen rijdt die dit plein als eindpunt heeft en dan weer terugkeert naar beneden. Lekker een tijd op een bankje gezeten waarna er een Turkse jongen van ± 35 jaar naast me kwam zitten.

Weer hetzelfde verhaal natuurlijk waar ik vandaan kwam en hij kende ook mensen uit Holland enz. Hij vertelde dat hij de eigenaar was van een bar en me zijn bar graag wilde laten zien. Ik zei hem dat ik dat niet wilde omdat ik mijn geld beter voor een visum kon gebruiken als voor een biertje. Daarop zei hij me dat hij op een biertje zou trakteren en ik niet hoefde te betalen. Omdat hij zo bleef aandringen vond ik het wel best en ging mee. In de bar kwam er gelijk een ober die twee biertjes gaf. Na enige tijd kwamen er twee Russisch sprekende dames

bijzitten die ook wat te drinken kregen (van hem ? want ik gaf niets). Na mijn biertje
opgedronken te hebben zei ik dat ik moest gaan. De ober kwam en overhandigde ons een


rekening van 200 dollar !! of we die even wilden betalen. De Turkse jongen gaf zijn creditcard en zei dat hij de helft zou betalen en ik de andere helft. Nu waren de rapen gaar want ik ging niet betalen. Er kwamen drie mannen om de tafel staan of ik wilde betalen, zoniet dan konden er rare dingen gebeuren.

De Turk begon al onder de tafel door te schoppen en siste me toe te betalen. Ik stond op en duwde er eentje opzij en zei dat ik de politie ging halen. Een oudere man (ook in het complot?) bemoeide zich ermee en ziende dat er niets te halen viel, lieten ze me maar gaan. De Turk was op zijn tenen getrapt en begon me onderweg uit te dagen en te sarren en spuugde me zelfs in mijn gezicht. Ik had hem een dreun kunnen geven maar beheerste me met het idee dat het me geen cent had gekost, maar wel een pilsje had opgeleverd en ik er verder heelhuids vanaf was gekomen hoewel ik niet denk dat ze me durfden te molesteren aangezien ze liever niets met de politie te maken wilden hebben. Dit geval is wel een uitzondering en een goede les voor een volgende keer. Als je met meerdere personen zou zijn was het niet gebeurd, ze
zoeken de alleenstaanden op die een makkelijker prooi vormen. Toch kan je in deze stad van 13 miljoen! inwoners rustig over straat lopen zonder lastig gevallen te worden. Ik ben in alle uithoeken geweest en overal voel je je behoorlijk veilig.
Jason de Amerikaan is weggegaan en ik ben overgestapt naar een youthhostel. Ik lig daar op en kleine kamer met zeven andere jongens, behoorlijk muf dat hok. Morgen mag ik misschien naar een kamer van zes personen (waar een mens al niet blij om kan zijn).

Iraanse ambassade

Toen ik gisteravond naar bed ging bleek in de naastliggende kamer dat er nog twee bedden vrij waren waarna ik mijn spul pakte en verhuisde naar deze kamer die tenminste niet zo muf was als de andere. s’Ochtends aan de balie kreeg ik op mijn
kop omdat er s’nachts mensen geweest waren voor een slaapplaats die er opeens niet meer was omdat ik er lag. Zij dachten dat ze een fout hadden gemaakt met dubbel inchecken en hadden die mensen weer weggestuurd.

In Holland acht weken gewacht en niet gekregen, hier krijg ik het in vier dagen voor elkaar, mijn visum voor Iran. Het scheelt me een hoop geld voor het vliegtuig dus ik was er aardig blij mee. Er kwam wel een domper op de vreugde toen in de ambassade zes jonge Iraniërs handboeien omkregen en weggebracht werden. Ik denk dat ze illegaal in Turkije waren ofzo.

Bij navraag wilde niemand er iets over zeggen. Gelijk door naar het station om te kijken wanneer de eerste de beste trein gaat. De trein vertrekt morgenochtend al om 9 uur en gaat naar Erzurum, dat ligt 3/4 van Turkije hier vandaan en de rit duurt 40 uur, bijna twee dagen. De rest moet dan per bus gebeuren.

Het begon te regenen die morgen en het is de hele dag niet meer opgehouden. Teruggegaan naar het youthhostel en daar verder de hele dag boven gezeten met een Amerikaan (luchtverkeersleider in Alaska, dus wel interessant) en een Nieuw Zeelander (economisch deskundige dus ook wel interessant). Boven in het hotel is een soort dakterras waar je kan eten en drinken en over de baai kan uitkijken waar allerlei schepen langskomen.

Bosporus Istanbul

Vanmorgen vroeg opgestaan om de trein van 9 uur te halen. Je moet hiervoor de Bosporus oversteken met een boot.
Het regende nog steeds keihard en de riolering kon het allemaal niet meer verwerken, de hele Bosporus lag vol met uitwerpselen en stonk verschrikkelijk. Lopend naar de haven werd ik behoorlijk nat en daar bleek dat de boten van een totaal andere plaats vertrokken dan een paar jaar geleden. Een heel stuk verder lopen en dus ook een heel stuk natter geworden, maar nu zit ik dan toch in de trein richting Iran. Het duurt drie kwartier voordat je de buitenwijken van Istanbul uit bent, huizenblok na huizenblok, ontzettend veel. Veel tunnels stonden onder lichtbruin modderwater en het verkeer liep aardig vast. Van mijn compartiment heb ik maar

een drooghok gemaakt, wat de conducteur niet erg vond. We rijden pal langs de waterkant van de zee van Marmara en daar liggen veel grote en kleine boten voor anker. De zon begint hier ook weer door de wolken te breken. In de stadjes waar de trein stopt stappen vaak verkopers in die van alles verkopen. Ze mogen van de conducteurs meerijden en geven daarvoor als dank wat van hun koopwaar (lijkt mij ook wel wat). Ik ben net even op bezoek geweest bij de Turkse collega’s. Ze zagen wel wat in mijn Hollandse treinsleutel en heb deze geruild voor een Turkse treinsleutel en een dasspeld met een locomotief erop.


Het lijkt wel een optocht hier op de gang. Steeds komen er mensen langslopen om naar binnen te kijken en op een gegeven moment wagen ze de stap en proberen een praatje met je te maken. Nu zit ik er met één die zijn Frans wil verbeteren, alles goed en wel, maar hij dronk ook Yoghurt en dat liet hij uit zijn handen vallen. Alles eronder, de wanden vol gespetterd en
de rest op de vloer. Handdoekjes zijn er niet evenmin als wc papier dus moesten we alle soorten kranten bij elkaar zoeken om de boel een beetje schoon te maken. Het gevolg is nu dat de hele boel stinkt en dat ze mij erop aankijken aangezien die man al weer vertrokken is.

In Ankara aangekomen heb ik even wat proviand ingeslagen. De trein wacht hier een half uur en de stad heb ik vijf jaar geleden al uitgebreid bekeken dus besluit ik maar door te rijden. Het is fascinerend te zien hoe uitgebreid de stad is. Ze bestaat uit allemaal heuvels en die zijn kilometers ver helemaal volgebouwd met huizen, dit keer geen woonblokken zoals in Istanbul maar eengezinshuizen zo ver als je kan zien. De locomotief is gewisseld voor een diesellok en die trekt er flink aan. De uitlaat is wel kapot zo lijkt het.

Ik hang zo’n beetje uit het raam en we gaan allerlei bochten tussen de heuvels door. Er is schijnbaar seinstoring want ik heb al twee keer gezien dat de trein de bocht om kwam scheuren en dat de machinist opeens een rood sein voor zijn neus zag en als een waanzinnige moest remmen. Dan wordt er een tijd overlegd en worden we door het rode sein geloodst.
Ik hang (nog steeds) uit het raam, ‘t is donker buiten en we rijden langs een autoweg. Zie ik allemaal bussen rijden in dezelfde richting als wij, de één nog luxueuzer als de ander. Ik zie er zelfs één met allemaal Japanners en een grootbeeld tv erin. Ik doe het schijnbaar allemaal verkeerd want bij mij niets geen luxe en stapt er een oude Turk in met twee zakken lompen of iets dergelijks. Hij krijgt de zakken niet bovenop het bagagerek en ik help hem daarmee. Ik zit gelijk onder het stof. De man ploft neer, trekt zijn schoenen uit en gaat zitten roken terwijl we hier rookvrij zitten.

Hij pakt mijn landkaart en bestudeerd hem van alle kanten. Het zal wel weer een moeizame conversatie worden. Eerst maar weer even uit het raam hangen. Heuvelop heeft de locomotief al zijn kracht nodig en gaat het langzaam. Maar de stukken bergafwaarts gaan steeds sneller en moet hij telkens afremmen anders vliegen we de bocht uit. Als je dan naar achteren kijkt tijdens het remmen zie je over de hele lengte van de trein de vonken eraf vliegen. De oude man is gaan slapen en ik besluit dat ook maar te gaan doen.

Treinreis Oost-Turkije

Regelmatig wakker geworden en dan even gekeken op de stationnetjes. Het is nog vroeg (7 uur) en de zon is net vanachter de bergen opgekomen. De oude man heeft de trein verlaten en ik heb weer een coupé voor mij alleen. Het is niet druk in de trein. Het landschap is prachtig en bestaat uit oude afgesleten bergen die tot hoge heuvels verworden zijn.Hierin bevinden zich allemaal geulen en sleuven. Het is een soort zachte kalksteen en als er regen langs stroomt (of wind langs blaast) zal er altijd een bepaald plekje zijn waar iets meer regen langs zal stromen, dit neemt weer meer materiaal mee en vroeg of laat heb je een geul. Je zou kunnen zeggen de wet van Darwin maar dan toegepast op steen i.p.v. dieren.

Aan de wc te zien hebben de Turken ook last van dunne ontlasting, het zit inmiddels overal. Dit is niet zo erg want het is een gat met twee voetstappen ernaast en als we op een groter station komen willen ze er de slang nog wel eens opzetten om het schoon te spuiten. Wij zijn in de buurt van Sivas en het gebied is praktisch onbewoond. Heel af en toe een piepklein stationnetje en dan kilometers lang echt niets meer.
Het is een trots volk die Turken. Op de stations lopen de mensen langs de trein te paraderen of ze de generaal zelf zijn. De hiërarchie tekent zich ook af in het dragen van de kleding, van netjes tot slordig. De storingsmonteur van de trein wil ook laten zien wat hij kan en doet verwoede pogingen om een stalen strip die al jaren los hangt weer vast te zetten door er een enorme schroef in te draaien die hij er drie cm uit laatsteken. Trots kijkt hij naar me en ik steek mijn duim omhoog ter instemming dat hij een goed stuk werk heeft afgeleverd.

We stopten net op een stationnetje en daar zaten allemaal verse kogelgaten in de muren. Het bleek dat daar kort geleden iemand was doodgeschoten door de PKK, de Koerdische afscheidingsbeweging die hier nogal actief schijnt te zijn. Er zijn ook veel soldaten met machinegeweren en al die in de trein zitten om de boel in de gaten te houden.

Het is nu 4 uur in de middag en heb al een uur lang bezoek van vier militairen die van alles proberen te vragen. Ik ben al 32 uur onderweg en al die tijd geen andere buitenlanders gezien dus daar komen er weinig van in dit gebied en die soldaten proberen dan van alles te weten te komen. Op zich is dat wel leuk maar ze kennen geen woord Engels, het yes en no nog niet eens en dan wordt het vermoeiend praten op zo’n manier.