Categorie archief: Midden Oosten

Dracula

De Hongaarse conducteur in Boedapest had me al gewaarschuwd dat Roemenië een erg arm land is. Het klopt wel, alles wat je ziet aan gebouwen is oud en staat schots en scheef, ramen eruit, deuren los van hun hengsels etc. Hoe verder je van Holland vandaan gaat hoe lager de perrons worden. Hier weet je niet eens meer aan welke kant je uit moet stappen want het is aan beide zijden hetzelfde. Je krijgt hier het idee dat je net als bij ons in de bussen op een knopje kunt drukken als de trein stoppen moet, zo vaak stopt hij. Van de deur sluiten bij vertrek hebben ze hier nog nooit gehoord en alles blijft naar believen openstaan.
In het begin kwam mijn conducteursbloed nog wel eens boven en gooide ik de deuren dicht, maar nu niet meer want ze gaan vanzelf ook wel dicht bij het remmen.
De mensen die instappen hebben dikke kleren aan met van die bonttorentjes op hun hoofd, het lijken net mensen uit Mongolië. Veel mensen dragen ook van die dikke gebreide schapenwollen vesten en die zijn wel praktisch want of de kachel het nu doet of niet je trekt gewoon je vest uit of aan.
Ik wilde dat ik maar meer naar hints op de tv had gekeken want het is allemaal handen en voetenwerk om iets duidelijk te maken. We komen zo dadelijk bij de Karpaten aan en in deze hoge bergen moet Dracula hebben geleefd. Nu wilde ik graag weten waar zijn kasteel ergens staat maar de mensen begrijpen me totaal niet. Ik deed net of ik die vrouw van 70 naast mij in de nek wilde bijten, maar niks hoor, begrijpen deden ze het niet.
Mijn medepassagiers kijken schijnbaar vaker naar hints want ze wisten me haarfijn uit te beelden dat de 2 jongens die door de trein banjerden dieven waren. Voor zover ik het begreep roofden ze spullen als er iemand naar de wc was.
We zijn nu inmiddels aangekomen in Medias en dat ligt halverwege de grens en Boekarest. Een kilometer of 5 terug zijn we door het plaatsje CopsoMicá gereden en het was ongelofelijk, alles maar dan ook alles was zwart. De huizen, bomen, gras, de straat, ja zelfs de kinderen hadden zwarte vegen in het gezicht en op de kleren. Er staan in dit

Boekarest

plaatsje enige rubberfabrieken op volle toeren te draaien en dit geeft nogal wat uitstoot.
Hier in Roemenië begin ik al op te vallen ook, je ziet de mensen naar je kijken van “he, een vreemdeling” en soms komen ze naar je toe schuiven en beginnen dan met handen en voeten een gesprek.
Je ziet hier bijna geen auto’s rijden. Wel veel vrachtwagens op weg naar Bulgarije en Turkije die vanwege de burgeroorlog in Joegoslavië daar niet meer doorheen kunnen.
We hebben nog zo’n 200 km te gaan naar Boekarest en de trein slingert zich hier door de bergen met zijn grote schijnwerper aan. Iedere keer dat je weer de bocht omgaat schijnt hij tussen de bergwanden door. Volgens de kaart zitten we hier op 1000 meter hoogte en er ligt een flink pak sneeuw. De huizen hier zien er een stuk beter uit dan bij de Hongaarse grens, het is hier het wintersportgebied van Roemenië en zodoende meer inkomsten.
De cabines van de locomotieven zijn ingericht als kleine huiskamertjes. Er zijn gordijntjes opgehangen (ook voor de ronde zijraampjes), glitterlampjes, kleedjes op de stuurtafel en er was er zelfs één die echte plantjes voor de ramen had. Hoogstwaarschijnlijk heeft elke machinist zijn eigen lok en leeft er misschien wel in.
Dinsdag 9 februari. Gisteravond om 9 uur aangekomen in Boekarest en het was daar letterlijk en figuurlijk zwart van de mensen. Gelijk uit de trein word je aan je mouw getrokken om geld te wisselen. Je bent hier de enige met een rugzak en een westers uiterlijk dus de mensen pikken je er zo uit.
In Boekarest was het niet mogelijk om bij het spoorwegpersoneel te overnachten dus was ik genoodzaakt een hotel te nemen aan de overzijde van het station voor f 20 per nacht.
Even wat opknappen dan de stad bekijken en proberen wat te eten te vinden. Om 10 uur ’s avonds loop je hier echt moederziel alleen door de stad, geen mens te zien. Boekarest ziet er oud en bouwvallig uit en de weinige auto’s scheuren door elkaar met kapotte lampen of uitlaten. De stadsopbouw is echt socialistisch met in het centrum grote gebouwen en

Roemenië

het paleis waar Ceausescu, de afgezette en vermoordde president, gewoond heeft. Brede boulevards complementeren het geheel. Voor de grotere gebouwen lopen dag en nacht militaire bewakers rond die blij zijn als er iemand langs komt en vaak naar de tijd vragen om maar een gesprek te hebben. Na een tijd rondgelopen te hebben in deze kale stad ben ik weer teruggegaan naar het hotel. Op de weg er naar toe kwam ik langs een soort oost Europese McDonalds die pas zijn deuren geopend had en hier nog de enige in zijn soort was.
De trein naar Istanboel gaat morgen om 8.15 uur en ik ben van plan om die te nemen.
Helaas, geen rekening gehouden met een uur tijdsverschil zodat ik de trein gemist heb. Om de volgende rechtstreekse trein naar Istanboel te nemen moet ik een dag wachten dus besluit ik maar om met regionale treinen in de richting Bulgarije te reizen. De wachtkamer bestaat uit een grote zaal met fauteuils aan de kanten waarin de mensen liggen, hangen, praten en van alles en nog wat doen. Nu na een uur zie ik pas dat er bij de deur een soort bewaker staat die de kaartjes controleert. Vandaar dat hij me zo vreemd aankeek toen ik langs hem heen liep zonder de mijne te hebben laten zien. Vlak naast me zitten een paar oudere mensen met behuilde gezichten. Ik denk dat de man net te horen heeft gekregen dat hij een ernstige ziekte onder de leden heeft want hij is onophoudelijk aan het hoesten met een zakdoek voor zijn mond en er hangt een verschrikkelijk bedrukte stemming. De trein die ik moet hebben heeft een vertraging van 2 uur, dus maar weer terug naar de wachtkamer. Steeds maar weer terug naar het perron als je iets hoort omroepen want je weet niet of het jouw trein is en niemand spreekt een andere taal zodat je dus niets weet. Na 2 uur wachten blijkt de eerstvolgende pas `s avonds om 12 uur te gaan. Weer een uur verder komt er toch één maar deze trein blijkt een Russische te zijn waarvoor je een toeslag moet betalen. De Russen willen me er alleen in laten als ik met marken of dollars betaal maar dat kan

Troosteloos

niet want ik heb alleen maar traveller cheques. Hoe ik ook praatte ik kwam er niet in. De Russen vragen 30 dollar voor maar een stukje van 70 km en dat is een beetje te veel van het goede. Dan maar weer naar voren lopen waar de Roemeense conducteurs zitten. Bij hen mag ik er wel in en als de trein gaat rijden komen ze bij me zitten en beginnen opeens ook te zeuren over geld. Het duurt lang voordat ik hen ook afgewimpeld heb. Één wil zelfs mijn horloge hebben. In de grensplaats ben ik uit de trein gegaan, we zijn nu een paar kilometer in Bulgarije. Hier moet ik een paar uur wachten op verder vervoer.
Even naar buiten gelopen en het blijkt dat het stadje bestaat uit één lange brede weg met aan weerszijden hoge flatgebouwen daar dwars op geplaatst. Alle flatgebouwen hebben een winkel op de hoek en zien er allemaal even slecht uit. Daarna weer teruggelopen naar de wachtkamer van het station en in deze troosteloze omgeving verder gewacht. Een vrouw naast me heeft haar schoenen uitgetrokken, de lucht is niet meer te harden en ik ga naar buiten.
Toch kan je het socialistische systeem niet de schuld geven van deze troosteloze toestand hier, het zit hem volgens mij ook in de mensen, het interesseert ze gewoon niet dat er b.v een ruit uit de deur is of een stel lampen kapot of spuug op de grond of overal stof of een klok die helemaal niet loopt.
Eindelijk dan nu in een boemeltrein naar een plaats halverwege in Bulgarije. In deze trein is het een geweldige zooi, de ramen hangen helemaal los in hun voegen en de deuren van de coupé kunnen niet eens meer dicht plus dat er gaten in de wanden zitten, maar we rijden tenminste. We gaan met een gangetje van zo’n 50 km/h en in ieder stadje stopt hij. Doodstil is het in die stadjes, alleen hoor je af en toe in de verte een hond blaffen. Per keer stappen er een man of 3 in of uit dus we hebben ruimte zat. Om 2 uur gaat de deur open; potjepnor prottelje por, oftewel ik moest mijn voeten van de bank halen. Ik lag nl. languit onder mijn slaapzak op de bank maar mijn voeten moesten eraf en dat in zo’n smerige trein als deze.

Bulgarije

Woensdag 10 februari. Om 6 uur aangekomen in Plovdiv halverwege Bulgarije. Het was maar 250 km tot hier maar we hebben er 9 uur over gedaan. Hier nagevraagd of er een trein gaat naar Istanboel en het blijkt dat die maar 1 maal per dag gaat en wel om 1 uur ’s nachts. Er is nog een andere mogelijkheid; met de trein naar de grens, daar overheen lopen en dan met de bus verder. Dan hoef ik nog maar 2 uurtjes te wachten.
Het voordeel van Bulgarije t.o.v Roemenië is dat ze hier niet zo achter je geld aanzitten wat betreft het wisselen e.d. Mijn brood heb ik in een meegebrachte plastic zak gedaan en eet het daaruit op, ik raak het niet meer met mijn handen aan. Al 2 dagen heb ik mijn handen niet meer kunnen wassen vanwege gebrek aan water.
Af en toe komt er iemand langzaamaan steeds een stapje naar je toe geschuifeld en wil dan met je praten. Na een tijdje gaan ze dan weg en geven je een hand, maar met die hand hebben ze wel net hun neus uitgesnoten, zonder zakdoek uiteraard. Het is trouwens moeilijk praten met de mensen, niemand die een andere taal spreekt en als ze ja bedoelen schudden ze nee met hun hoofd.
Om een uur of 12 bij de grens met Turkije aangekomen. Gelijk komt er al een taxichauffeur naar je toe of hij je bij de grens moet brengen voor 10 dollar. Goede raad is duur, het is tegen mijn principes om te betalen en 10 dollar is aardig veel maar de volgende bus gaat anders pas uren later dus heb ik het maar gedaan.
Het is een leuke ervaring om over de grens te lopen, je passeert een stuk of 3 Bulgaarse wachtposten, dan een kilometer niemandsland en dan kom je bij de Turkse douane. Over de grens stond een bus met Sovjet handelaren die hun inkopen gingen doen in Istanboel. Met hen kon ik meerijden voor 10 dollar en dat is niet veel voor een stuk van 300 km. Er schijnen ontzettend veel Russische handelaren hun inkopen te doen in Turkije, vooral veel kleding en dat verkopen ze weer met winst in Rusland. De Turkse chauffeur reed als een gek en toeterde voor alles, voor tegenliggers, voor wegwerkers, met inhalen of gewoon als hij dacht dat er wel eens iemand zou kunnen oversteken.

Istanbul

Na een snelle rit aangekomen in Istanboel. Wat een stad, overal uithangborden en reclametekens dat het geheel een kleurrijk uiterlijk geeft en overal maar dan ook overal handelaren die op elk vrij stukje grond een deken met hun waren erop hadden uitgespreid. Wat je niet meer zag op de straten waren de oude Amerikaanse wagens uit de jaren 50 die nu allemaal vervangen zijn door eigen fabrikaat auto’s. Wel is er nu een trambaan die dwars door de stad loopt.
Enige jaren geleden hebben Martina en ik Istanboel en een deel van Turkije al bezocht dus besloot ik maar door te gaan richting Ankara, de hoofdstad van Turkije. Daarvoor moet je wel de Bosporus oversteken d.m.v. een schipbrug maar deze brug is een paar jaar geleden verbrand en nu moet je met een veerpont.
In Istanboel voel je jezelf meteen op je gemak, er zijn veel vriendelijke mensen en de sfeer is hier veel leuker als in de Oost-Europese steden. De mensen lopen er niet zo sjofel bij en er is van alles in overvloed.
Om 21 uur ga ik met de slaaptrein naar Ankara en dat is 10 uur rijden. Met z’n vijven in een coupé en één man kon een beetje Duits. ’s Avonds in de restauratie met hem een pilsje gedronken en het was precies zoals in een Turks café in Holland, allemaal mannen die rookten als een ketter en met elkaar babbelden.
Voor deze treinen moet je een plaats reserveren, dat kost f 1,20 en is wel nodig want er blijft praktisch geen plaats onbezet. Je rijdt tijden door de buitenwijken van Istanboel en stukken langs de zee waarin je veel schepen ziet liggen. Om 7 uur aangekomen in Ankara. Een mooie tijd om deze stad eens te gaan bekijken. Ontzettend veel smog van de duizenden auto’s en kleine autobussen. In het begin had ik er niet veel zin in om in deze vervuiling te blijven totdat ik de bazaar ontdekte, duizenden zeer kleine winkeltjes en werkplaatsjes. Een aantal werkplaatsen bekeken waarin ze van alles maakten, van kachels tot gieters en allemaal met de hand. De mensen vonden het prachtig als er een Westerling de boel kwam bekijken en legden

Ankara

gelijk het werk neer. Ze vonden het leuk om alles te laten zien en uit te leggen en ik kreeg nog thee toe ook, maar je voelde je tegelijkertijd wel opgelaten door het stilgelegde werk. Hier krijg je helemaal het idee dat je welkom bent en dat de mensen niet uit zijn op je geld, wat in de andere landen vaak wel het geval is.
Al een paar dagen heb ik me niet kunnen wassen en vlak voor het station is een sportcomplex waar toch wel een mogelijkheid zal zijn om me te douchen dacht ik zo. Terug naar het station waar mijn bepakking staat in het bagagedepot. Even wachten in de wachtkamer want er was niemand. Het is een wachtkamer niet roken maar daar trekt niemand zich wat van aan. 9 van de 10 dampen of hun leven er van afhangt.
De mensen hier zijn praktisch allemaal plattelanders die hun waren in Ankara verkocht hebben en nu weer terug gaan. Alle vrouwen dragen hoofddoeken met soepjurken en daaronder wollen kousen terwijl hun schoenen van die krullen hebben.
Op naam van het Nederlandse volleybalteam heb ik me in kunnen laten schrijven en heerlijk gedoucht en tegelijkertijd mijn kleren uitgewassen. Na de verdere dag in de stad rondgelopen te hebben kwam ik ’s avonds weer op het station. Hier even naar de wc geweest. Het is een gat in de grond met 2 voetstappen ernaast. Je hebt hier wel eer van je werk als je goed mikt. Wc papier is er niet, wel is er een pot met water waarmee je de billen af moet spoelen. Het is wel even wennen, je moet het water op je handen of billen gieten en zo schoonmaken. Ik denk dat dit toch wel hygiënischer is als wc papier waarmee je het per slot van rekening alleen maar uitsmeert. Wel je handen wassen daarna (of iemand een hand geven).
Af en toe is er iemand in de wachtkamer die naar je toe komt en wat Engels of Duits brabbelt. Je zegt maar wat terug (ze verstaan het meestal toch niet) en dan lopen ze zo trots als een pauw weer terug naar hun kennissen die hem dan met bewondering aankijken.
Om 20 uur met de trein naar Andana niet ver van de grens met Syrië en waar we om 8 uur aan zullen komen (12 uur rijden).

Zaklamp

De treinen in Turkije zijn mooi en rijden nog op tijd ook. De stations zien er schoon uit. Het is alleen jammer dat de trein ’s nachts gaat want nu zie je niet veel van het landschap.
Een beetje fabriek hier heeft om hun terrein wachttorens met militairen staan, ze zijn als de dood voor terroristische aanslagen van de Koerden.
Deze trein is tenminste niet zo druk als die van gisteren. In de richting van het platteland wordt er beduidend minder met de trein gereisd dan tussen de grote steden. Wel zie je veel mensen in bussen, deze zijn een stuk sneller als de trein.
Mijn coupé hangt helemaal vol met mijn wasgoed wat nog niet droog was. Er is bezoek geweest van een storingsmonteur die de deur van mijn compartiment gerepareerd heeft, hij hing helemaal uit zijn voegen. Ik liet hem mijn Hollandse treinsleutel zien en die wilde hij dolgraag ruilen met die van hem. Nu heb ik dus ook een Turks model. Net komt de Turkse conducteur naar me toe die ook belangstellingen had voor zo’n sleutel en hem zelfs nog ruilen wilde tegen zijn mooie ouderwetse kniptang maar helaas, mijn sleutel was al weg. Ik ga er geloof ik maar een handeltje in beginnen. Na een uur ongeveer (ik schrijf dit met zijn pen, want die wilde hij ook ruilen) had ik een ander idee, n.l de spoorlamp met rood en groen licht die ik had meegenomen, wilde hij misschien wel ruilen tegen zijn kniptang. Nou, ik heb nog nooit iemand zo verliefd zien worden op een zaklamp, hij zat maar te kreunen en zei telkens ‘so good, so good’ en wilde hem dolgraag hebben, hij bood me er zelfs geld voor maar ruilen tegen zijn tang durfde hij niet vanwege zijn chef die dat nooit goed zou vinden. Nu begint hij nog te slijmen ook en brengt me 2 kussentjes voor het bed.
In Ankara vroor het nog behoorlijk want het ligt op 1000 meter hoogte maar nu dalen we behoorlijk en de sneeuw verdwijnt eindelijk. Ondertussen laat de conducteur er geen gras over groeien en heeft zijn familie ook ingeschakeld. Het blijkt dat een paar coupé’s verderop een neef en andere verwanten zitten en die komen me nu een Turkse thee brengen.

Antakya

We zitten nu op een uurtje van de middellandse zee. De hele nacht moest de trein klimmen en dalen om over de bergpassen te komen. De bergen zijn toch nog zo’n 4000 meter hoog. Dan hoorde je de diesellok flink brullen en kreeg je druk op de oren zodat je slikken moest. Pakken sneeuw lagen er nog steeds maar als ik de Turken hier mag geloven is het nu met de sneeuw en kou gedaan want in Adana schijnt het 20 graden te zijn.
Vrijdag 12 februari. Ik ben hier op het busstation van Adana en ga verder tot in de buurt van de Syrische grens. Elke plaats heeft een busstation van waaruit men overal in Turkije kan komen. Deze busdiensten gaan veel vaker dan de trein en voor ons westerlingen is het nog behoorlijk goedkoop ook. Voor 200 km betaal je 5 gulden of minder.
Er zijn hier ontzettend veel horlogeverkopers en schoenpoetsertjes die voor een paar centen heel uitgebreid je schoenen poetsen. Dat poetsen is wel nodig ook want de wegen liggen vol stof en modder. Verder is het krankzinnig hier wat betreft het verkeer. Voetgangers hebben totaal niets in te brengen en moeten de gekste sprongen maken om over te steken. Met een rugzak op ben je toch al niet zo snel dus moet je goed op je tellen passen. Met de bus ben ik nu dus naar Antakya gereden en dit is de laatste plaats voor Syrië. We hebben een verschrikkelijk stuk weg gehad, als je nierstenen hebt moet je hier naar toe dan weet je zeker dat ze daarna vergruisd zijn. In Antakya ben ik overgestapt op een Syrische bus en dit slaat alles, zo oud. Er is geen stoel heel, het dak is volgestouwd met bagage en binnenin ligt er voor een jaar koopwaar plus allerlei soorten gereed-schap en nog een stel kippen. De hele tijd hoor je vanaf de moskeeën het opzeggen/zingen van de gebeden en dit gebeurd allemaal met behulp van versterkers en megafoons dus het is een kabaal van jewelste. Het busstation ligt middenin de stad en het is zo’n gekkenhuis hier dat je geen meter voor of achteruit kan. Als je dit soort steden binnenrijdt kom je eerst langs kilometers lange wegen, met allerlei

Syrische grens

garagebedrijven of wat daarvoor door moet gaan. Wanneer je uitlaat kapot is halen ze hem er onderuit en ter plekke wordt er een nieuwe gemaakt van buizen die ze met de hand in de vorm buigen en aan elkaar lassen. In de bus gaan de vrouwen vreselijk tekeer, ik weet nu niet of het schelden is of gewoon praten. Je hoort constant de g uitspreken net als bij ons, alleen scherper. Een stel mandarijnen en nootjes gekocht en we kunnen er weer tegen.
We rijden langs citroen en sinaasappelplantages en je ziet hier iedereen sjouwen met enorme zakken sinaas-appelen en citroenen. Net zijn we de Syrische grens gepasseerd. Op de kaart is het een klein stukje maar in werkelijkheid zijn het allemaal haarspeldbochten om de bergen over te kunnen komen. We zaten boven de boomgrens in de sneeuw. Om de nootjes op te kunnen peuzelen heb je nagels nodig maar om naar de wc te gaan juist niet, dus zo kort mogelijk houden leek me beter en dat wordt nu prutsen.
Bij deze grens moet iedereen alles uitpakken, worden er papieren ingevuld en kwistig gestempeld. De militair achter de tafel vraagt of ik ook nog van plan ben om naar Israël te gaan en het lijkt me op dit moment handiger om maar nee te zeggen. Daarna moeten we wachten en nog eens wachten. Voor ons is er namelijk een bus met Syriërs die inkopen hebben gedaan in Turkije en de douane kijkt alles van hen na. Eerst moet iedereen alles uitpakken en na de bagage komt de bus aan de beurt en gaat er zo’n 3 uur overheen voordat dit klaar is.
Het Arabische taaltje van de mensen is erg mooi, alle zinnen eindigen een beetje vragend. We praatten met elkaar via gebarentaal en één kon een heel klein beetje Engels en toch was dat voldoende om een conversatie op gang te houden. Het werd nog gezellig ook en wisten precies van elkaar wie bij wie hoorde, hoe oud iedereen was, wat men deed en of men kinderen had etc.